Oordeel 2021-83, zorgvuldig, NVO-melding, stapeling van ouderdomsaandoeningen, uitzichtloos en ondraaglijk lijden, vrijwillig en weloverwogen verzoek, geen redelijke andere oplossing, onafhankelijke arts geraadpleegd.

De huisarts wilde niet ingaan op het verzoek van de patiënte, daarop heeft patiënte zich tot Expertisecentrum Euthanasie gewend.

In meldingen waarin de commissie van oordeel is dat de arts aan alle zorgvuldigheidseisen voldaan heeft en die geen enkele vraag oproepen, wordt de arts vrijwel altijd in een korte brief op de hoogte gesteld van de uitkomst van de beoordeling. De hieronder staande casus betreft een dergelijke melding. De tekst is dus niet een verzonden oordeel, maar een samenvatting van de casuïstiek van de betreffende melding.

Een vrouw, tussen de tachtig en negentig jaar, leed sinds geruime tijd voor het overlijden aan meerdere aandoeningen. Zo was sprake van osteoporose waardoor er compressiefracturen van de wervels waren ontstaan, slechte visus en slechthorendheid. Ongeveer vier jaar voor het overlijden was de vrouw, waarschijnlijk ten gevolge van een doorgemaakte CVA, op haar achterhoofd gevallen. Sindsdien was sprake van een trage spraak en een hemibeeld links. Vanaf dat moment verbleef de vrouw in een verzorgingshuis. De vrouw leed voorts aan onverklaarbare duizeligheid met valneigingen. De ziektegeschiedenis vermeldde voorts dat sprake was van incontinentie voor urine en met regelmaat ook voor ontlasting.

Door de combinatie van haar aandoeningen was zij rolstoelafhankelijk geraakt en vonden de transfers met een tillift plaats. Hierdoor raakte de vrouw aan haar kamer in het verzorgingshuis gekluisterd en zelfs in haar kamer was haar bewegingsvrijheid beperkt omdat zij met haar rolstoel niet over de drempels kon. De vrouw was volledig ADL afhankelijk en zelfstandig tot weinig meer in staat. Enige afleiding was ook nauwelijks nog mogelijk, omdat zij haar hobby’s als puzzelen, borduren, breien of tv kijken niet meer kon uitoefenen.

De vrouw was de controle over haar eigen lichaam verloren en de afhankelijkheid van anderen die dat tot gevolg had vond zij vreselijk. De vrouw, die altijd een actieve en zelfstandige vrouw was geweest, leed onder het verlies van autonomie, de afhankelijkheid van anderen en de zinloosheid en uitzichtloosheid van haar situatie. Zij ervoer haar lijden als ondraaglijk.

De vrouw had eerder met de huisarts over euthanasie gesproken. Nu geen sprake was van een terminale aandoening wilde hij niet ingaan op het verzoek. Hierop wendde de vrouw zich tot Expertisecentrum Euthanasie (hierna: EE). De arts heeft vijf keer met de vrouw gesproken. Direct tijdens het eerste bezoek, anderhalve maand voor het overlijden, verzocht de vrouw direct om uitvoering van de levensbeëindiging.

Volgens de arts was er sprake van een vrijwillig en weloverwogen verzoek. Zij stelde vast dat de vrouw tijdens de gesprekken helder van bewustzijn was en zich bewust was van hetgeen zij verzocht. De arts achtte de vrouw wilsbekwaam terzake. Zij voelde zich gesterkt in haar conclusie door een door de huisarts geraadpleegde ouderenpsychiater. Hij concludeerde vier maanden voor het overlijden dat de vrouw cognitief scherp was en eventuele stemmingsklachten samenhingen met haar lichamelijke achteruitgang en daar ook secundair aan was.

De arts was ervan overtuigd dat het lijden voor de vrouw ondraaglijk en naar heersend medisch inzicht uitzichtloos was. Er waren geen voor de vrouw aanvaardbare mogelijkheden meer om het lijden te verlichten. Verder kon uit de stukken worden afgeleid dat de arts de vrouw voldoende had voorgelicht over de situatie waarin zij zich bevond en haar vooruitzichten. De arts raadpleegde een onafhankelijke SCEN-arts als consulent. Deze bezocht de vrouw tweeënhalve week voor het overlijden en kwam tot de conclusie dat aan de zorgvuldigheidseisen werd voldaan.

De arts voerde de euthanasie uit met de middelen, in de hoeveelheid en op de wijze als aanbevolen in de KNMG/KNMP Richtlijn Uitvoering euthanasie en hulp bij zelfdoding van augustus 2012.

Een stapeling van ouderdomsaandoeningen kan de oorzaak zijn van uitzichtloos en ondraaglijk lijden. Het lijden van de patiënt moet zijn oorzaak vinden in een medische aandoening, die zowel somatisch als psychiatrisch van aard kan zijn. Het hoeft het niet te gaan om één overheersend medisch probleem. Het lijden van de patiënt kan ook het gevolg zijn van een stapeling van grotere en kleinere gezondheidsproblemen. De optelsom van medische problemen kan, in samenhang met de ziektegeschiedenis, de biografie, de persoonlijkheid, het waardepatroon en de draagkracht van de patiënt, een lijden doen ontstaan dat voor de patiënt ondraaglijk is.

De commissie kwam tot het oordeel dat de arts gehandeld heeft overeenkomstig de zorgvuldigheidseisen.