Psychiatrische aandoeningen

Deze hoofdrubriek bevat 2 rubrieken:

Op deze pagina vindt u onder het tabblad 'Uitspraken' oordelen van de toetsingscommissie die betrekking hebben op psychiatrische aandoeningen.

Behoedzaamheid

Aansluitend bij de uitspraak van de Hoge Raad in de zaak-Chabot uit 1994 geldt dat van de arts grote behoedzaamheid wordt gevraagd indien het euthanasieverzoek (in overwegende mate) voortkomt uit psychisch lijden. Veelal gaat het in dergelijke zaken om complexe psychiatrische problematiek en is de inbreng van specifieke deskundigheid vereist. De genoemde behoedzaamheid betreft vooral de zorgvuldigheidseisen inzake de vrijwilligheid en weloverwogenheid van het verzoek, de uitzichtloosheid van het lijden en de redelijke  andere oplossing.

 

Bij de beoordeling van het verzoek gaat het erom dat wordt uitgesloten dat het oordeelsvermogen van de patiënt door de psychiatrische aandoening is aangetast. Is het oordeelsvermogen van de patiënt ter zake van het verzoek onvoldoende, dan kan er niet gesproken worden van een vrijwillig en weloverwogen verzoek. De arts moet er op letten dat de patiënt er blijk van geeft relevante informatie te kunnen bevatten, ziekte-inzicht te hebben en consistent te zijn in zijn overwegingen.

Uitzichtloosheid en ontbreken redelijk alternatief

Waar het gaat om de uitzichtloosheid van het lijden en het ontbreken van een redelijke andere oplossing moet nauwkeurig worden onderzocht of er nog behandelingsmogelijkheden voor de patiënt zijn. Dit is met name ook aan de orde in gevallen waarin de patiënt relatief jong is en nog een groot aantal jaren zou kunnen leven. Als de arts niet over de deskundigheid beschikt om te beoordelen of er  nog alternatieven zijn, zal hij zich daarover goed moeten laten voorlichten door deskundige collega’s. Wijst de patiënt een redelijk  alternatief af, dan zal in beginsel niet gesproken kunnen worden van uitzichtloos lijden. Het is echter niet zo dat een patiënt alle nog  denkbare behandelingen moet ondergaan. De arts moet naast de reguliere consulent die een oordeel geeft over alle zorgvuldigheidseisen ook een onafhankelijke psychiater raadplegen, ter beoordeling van de wilsbekwaamheid ter zake van het verzoek en de uitzichtloosheid  van het lijden van de patiënt. Om onnodige belasting van de patiënt te voorkomen, kan de optie van een (SCEN-)consulent die tevens pychiater is de voorkeur hebben.

Combinatie van lichamelijke en psychiatrische aandoeningen

In het bovenstaande gaat het om patiënten die een verzoek om euthanasie doen vanwege lijden dat samenhangt met hun psychiatrische aandoening. Het komt ook regelmatig voor dat de lijdensdruk van de patiënt vooral door lichamelijke aandoeningen wordt veroorzaakt, maar de patiënt daarnaast psychische problemen heeft. Die problemen kunnen ook bijdragen aan de door de patiënt ervaren lijdensdruk. Ook in deze gevallen zullen de arts en de consulent nadrukkelijk moeten overwegen of de psychiatrische problematiek van de patiënt de vrijwilligheid of de weloverwogenheid van zijn verzoek mogelijk in de weg staat. Als de consulent geen psychiater is, kan het ook in een dergelijk geval nodig zijn een psychiater om advies te vragen. Een sombere stemming kan overigens, onder de omstandigheden waarin het euthanasieverzoek wordt gedaan, normaal zijn en hoeft dus op zichzelf geen teken van depressie te zijn. Het aantal meldingen bij de commissie betreffende patiënten met een psychiatrische aandoening is de afgelopen jaren toegenomen. Vooral sinds 2011 is deze toename zichtbaar.

Patiënten met een psychiatrische aandoening: aandachtspunten

  • Moet de doodswens van de patiënt worden gezien als een vrijwillig en weloverwogen verzoek of als een uiting van zijn ziekte?
  • Is vastgesteld dat een redelijk alternatief ontbreekt?
  • Is naast de consulent een onafhankelijk psychiater geraadpleegd of is de consulent zelf psychiater?