De RTE heeft recent in een casus geoordeeld dat de euthanasie onzorgvuldig was uitgevoerd. In dit geval zat er meer dan dertig minuten tussen het toedienen van de coma-inductor en de spierverslapper. 

30-minutenregel niet gevolgd

Na inspuiten van de coma-inductor verstreken er 34 minuten totdat de arts de spierverslapper toediende. De arts verklaarde dat de patiënte bleef doorademen waardoor de arts in paniek raakte en ter advies heeft gebeld met de consulent, een anesthesist en de GGD-arts. De GGD-arts adviseerde de arts dat de spierverslapper kon worden ingespoten mits de patiënte zich in een comateuze toestand bevond. De arts was ervan overtuigd dat de patiënte in diepe coma bevond nadat ze meermaals een comacheck had uitgevoerd.

Omdat er meer dan 30 minuten waren verstreken na het toedienen van de coma-inductor voordat de spierverslapper werd toegediend en  de arts de procedure niet opnieuw uitgevoerd heeft, is de commissie tot het oordeel gekomen dat de levensbeëindiging op verzoek niet medisch zorgvuldig is uitgevoerd

Lees via deze link het volledige oordeel met nummer 2026-013.

Informatie voor artsen

Een medisch zorgvuldige uitvoering is één van de zes zorgvuldigheidseisen uit de Wet toetsing levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding (Wtl). De KNMG/KNMP richtlijn Uitvoering euthanasie en hulp bij zelfdoding beschrijft de professionele standaard voor alle artsen en apothekers in Nederland. In de EuthanasieCode staat aan welke criteria de RTE euthanasiemeldingen toetst.