De patiënt raakte na eerste dosering van coma-inductor niet direct in coma. De arts had, conform de Richtlijn uitvoering euthanasie en hulp bij zelfdoding, de gehele procedure opnieuw moeten beginnen. De arts heeft echter via hetzelfde infuus de noodset toegediend. Uiteindelijk overleed de patiënt nadat een nieuw infuus was geplaatst waarin een derde set euthanatica werd toegediend. De commissie oordeelt dat de arts de levensbeëindiging niet medisch zorgvuldig heeft uitgevoerd.

Introductie van de casus

Bij de patiënt, een man van tussen de 60 en 70 jaar, was sprake van een gemetastaseerd tongcarcinoom, gediagnosticeerd ongeveer 1,5 jaar voor het overlijden. Curatieve opties waren er niet.

De patiënt raakte ernstig vermoeid en bedlegerig. Patiënt was gewend de regie over het eigen leven te voeren, maar door zijn ziekte kon hij dat niet meer. Circa twee weken voor het overlijden verzocht de patiënt om euthanasie. De arts raadpleegde de consulent, die de patiënt vijf dagen voor het overlijden bezocht.

In het meldingsformulier was opgenomen dat de uitvoering van de euthanasie gecompliceerd verliep.

Overwegingen

Aan de hand van de feiten en omstandigheden ontleend aan het dossier en voor zover relevant overweegt de commissie als volgt.

Beslissing

De arts heeft gehandeld overeenkomstig de zorgvuldigheidseisen bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder a-e Wtl.

De arts heeft niet gehandeld overeenkomstig de zorgvuldigheidseisen bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder f Wtl.