De patiënte leed uitzichtloos en ondraaglijk als gevolg van een autismespectrumstoornis. Vanwege de jonge leeftijd van de patiënte en de psychische problematiek heeft de commissie uitgebreid stilgestaan bij de vrijwilligheid en weloverwogenheid van het verzoek, de uitzichtloosheid van het lijden en het ontbreken van een redelijke andere oplossing. De commissie kwam tot het oordeel dat de euthanasie zorgvuldig is uitgevoerd.

NB: Om herleidbaarheid te voorkomen zijn bepaalde passages uit dit oordeel gehaald. U leest hier daarom een aangepast oordeel. De arts die de euthanasie heeft uitgevoerd heeft het volledige oordeel ontvangen.

Introductie van het praktijkvoorbeeld

Bij de patiënte, een vrouw tussen de 18 en 30 jaar, was negen jaar voor het overlijden autismespectrumstoornis (hierna: ASS) vastgesteld. Daarnaast was bij haar sprake van angstproblematiek en verschillende soorten wanen en hallucinaties.

Het leven van de patiënte bestond uit continue stress en forse spanning in alle sociale situaties. De voortdurende overprikkeling van de buitenwereld zorgde ervoor dat de patiënte al vanaf jonge leeftijd de wereld ervaarde als onveilig, fundamenteel zwaar en belastend. Dit leidde bij de patiënte tot chronische uitputting en een aanhoudend gevoel het leven niet vol te kunnen houden. Ze isoleerde zichzelf op haar slaapkamer. Om de dagen door te komen probeerde ze haar gevoelens te dempen met alcohol en automutilatie (zelfbeschadiging).

Bij de patiënte was sprake van een extreem laag zelfbeeld. Ze wilde haar eigen lichaam niet zien of ervaren waardoor ze zichzelf verwaarloosde. Ze had een langdurig bestaande suïcidaliteit waarbij haar doodswens al vanaf zeer jonge leeftijd aanwezig was en zich uitte in verschillende suïcidepogingen.

Het euthanasietraject besprak de patiënte met haar huisarts en met haar eigen psychiater. Met haar psychiater heeft de patiënte haar euthanasietraject gestart. Ze steunde de patiënte in haar euthanasieverzoek, maar verwees de patiënte uiteindelijk door naar het Expertisecentrum Euthanasie omdat de werkgever van de psychiater de uitvoering niet ondersteunde. Ongeveer vijf maanden voor het overlijden sprak de patiënte voor het eerst met de arts over haar euthanasiewens. Zij verzocht in het eerste gesprek om de uitvoering van euthanasie. Dit verzoek herhaalde de patiënte in de drie daaropvolgende gesprekken.

De arts raadpleegde een onafhankelijk psychiater. Deze onderzocht de patiënte tweeëneenhalve maand voor het overlijden. Voorts raadpleegde de arts de consulent, een onafhankelijk SCEN-arts. De consulent bezocht de patiënte een maand voor het overlijden.

De arts heeft de levensbeëindiging op verzoek uitgevoerd met de middelen, in de hoeveelheid en op de wijze als aanbevolen in de Richtlijn Uitvoering euthanasie en hulp bij zelfdoding, KNMP en KNMG, december 2025.

Overwegingen

Aan de hand van de feiten en omstandigheden ontleend aan het dossier en voor zover relevant overweegt de commissie als volgt.

Beslissing

De arts heeft gehandeld overeenkomstig de zorgvuldigheidseisen bedoeld in artikel 2, eerste lid, Wtl.