De RTE heeft een euthanasiemelding van een arts als onzorgvuldig beoordeeld. De arts heeft in deze melding een euthanasie uitgevoerd zonder zelf overtuigd te zijn van de medische grondslag van het lijden van de patiënte.
Bij de patiënte was een ernstige depressie vastgesteld. De arts zag dat zijn patiënte ondraaglijk leed, maar hij vond dat dit niet kwam vanwege een depressie. Er moet een medische grondslag (aandoening) zijn om euthanasie uit te mogen voeren.
De commissie heeft de arts om een schriftelijke toelichting gevraagd. Ook is tweemaal mondeling met de arts gesproken. De arts heeft de commissie niet uit kunnen leggen welke medische aandoening volgens hem dan wel het lijden van de patiënte veroorzaakte. De commissie kwam tot het oordeel dat de arts niet heeft voldaan aan de eerste vier zorgvuldigheidseisen.
Lees via deze link het volledige oordeel met nummer 2026-022.
Informatie voor artsen
Een medisch zorgvuldige uitvoering is één van de zes zorgvuldigheidseisen uit de Wet toetsing levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding (Wtl). De KNMG/KNMP richtlijn Uitvoering euthanasie en hulp bij zelfdoding beschrijft de professionele standaard voor alle artsen en apothekers in Nederland. In de EuthanasieCode staat aan welke criteria de RTE euthanasiemeldingen toetst.