De patiënte leed ondraaglijk en uitzichtloos als gevolg van een psychische aandoening. De arts raadpleegde een onafhankelijk psychiater en een onafhankelijk consulent. Beiden waren het met de arts eens dat de patiënte wilsbekwaam was ten aanzien van haar verzoek. Zij waren het ook met de arts eens dat het lijden van de patiënte ondraaglijk en uitzichtloos was en dat er geen redelijke andere oplossing was die haar lijden kon verlichten.

Introductie van het praktijkvoorbeeld

Bij de patiënte, een vrouw van tussen de 60 en 70 jaar, was sprake van genderdysforie. De patiënte was geboren als man, maar al vanaf jonge leeftijd voelde zij zich een vrouw. Zij werd vanaf zeer jonge leeftijd behandeld en bracht vele jaren door in behandelklinieken. Zij maakte daar verschillende traumatiserende gebeurtenissen mee. De behandelingen hadden geen positief effect op het welzijn van de patiënte. Daarnaast had zij al lange tijd COPD, met regelmatige complicaties. Vanwege haar longaandoening was zij gedwongen te verhuizen naar een andere plek. Hier werd zij opnieuw niet geaccepteerd, wat haar lijden versterkte.

De patiënte voelde zich volledig uitgeput, omdat zij al haar hele leven aan het vechten was voor haar bestaan als vrouw. Zij had een sterk verlangen om als vrouw te worden gezien en behandeld, maar zij voelde zich nooit door haar omgeving geaccepteerd. In het dagelijkse leven ondervond zij veel onbegrip en weerstand vanwege haar verschijning. Het was voor de patiënte daardoor nooit mogelijk geweest om een stabiel leven op te bouwen waarin zij zich prettig en geaccepteerd voelde. Gedurende de jaren dat zij hulpverlening kreeg, maakte zij diverse traumatiserende gebeurtenissen mee. Hierdoor was zij alle moed en kracht verloren om nog enig ander behandeltraject voor haar genderdysforie aan te gaan. De patiënte voelde simpelweg de kracht niet meer om op deze manier verder te leven. Zij zag geen andere oplossing meer dan haar leven te eindigen door euthanasie.

Circa vier maanden voor het overlijden heeft patiënte voor het eerst met de arts over euthanasie gesproken. De patiënte heeft de arts daarbij direct om daadwerkelijke uitvoering van de euthanasie verzocht.

De arts raadpleegde de onafhankelijk psychiater voor een second opinion. De onafhankelijk psychiater sprak tweemaal met de patiënte. Deze gesprekken vonden omstreeks twee maanden voor de uitvoering van de levensbeëindiging plaats.
De arts raadpleegde een onafhankelijk SCEN-arts, tevens psychiater, als consulent. De consulent bezocht de patiënte circa een maand voor de uitvoering van de levensbeëindiging. Volgens de consulent was aan de zorgvuldigheidseisen a-d voldaan.

De arts heeft de levensbeëindiging op verzoek uitgevoerd met de middelen, in de hoeveelheid en op de wijze als aanbevolen in de KNMG/KNMP Richtlijn Uitvoering euthanasie en hulp bij zelfdoding van september 2021.

Overwegingen van de commissie

Aan de hand van de feiten en omstandigheden ontleend aan het dossier en voor zover relevant overweegt de commissie als volgt.

Beslissing

De arts heeft gehandeld overeenkomstig de zorgvuldigheidseisen bedoeld in artikel 2, eerste lid, Wtl.