De uitvoering van de euthanasie verliep gecompliceerd. Bij het doorspuiten van het infuus met natriumchloride werd de patiënte duizelig en leek zij weg te zakken, waardoor bij de arts het vermoeden ontstond dat de door de apotheker geprepareerde spuiten waren verwisseld. De arts diende daarop versneld de spuiten in de volgorde zoals genummerd aan de patiënte toe. De gehele uitvoering heeft maximaal vijf minuten geduurd. De arts bleek het infuus inderdaad te hebben doorgespoten met de spierverslapper rocuronium. Hoewel de arts alles heeft gedaan wat in haar macht lag om de patiënte alsnog zo snel mogelijk in een comateuze toestand te brengen, is niet uitgesloten dat de patiënte de werking van de rocuronium bewust heeft meegemaakt. De commissie komt tot het oordeel dat de levensbeëindiging op verzoek niet medisch zorgvuldig is uitgevoerd.

Introductie van de casus

Bij de patiënte, een vrouw tussen de 70 en 80 jaar, werd bijna dertig jaar voor het overlijden ernstige polyartrose vastgesteld. Zij ervoer hierdoor veel pijn en moest leven met grote functionele beperkingen. Kort voor het overlijden bleek zij uitgebreide wondroos te hebben met acute nierinsufficiëntie. De infectie had een grote wond veroorzaakt op haar onderbeen en door de toename aan pijn was zij volledig bedlegerig geworden.

Met het ouder worden zijn de pijn en het functieverlies zo zwaar geworden dat zij al lange tijd volledig aan huis gebonden was. De patiënte was altijd een zeer zelfstandige vrouw geweest, die nu met veel pijn en moeite haar dag doorkwam. De pijn en het krachtverlies maakten dat zij bijvoorbeeld een half uur nodig had om op het toilet te komen of andere transfers te maken. De continue pijn en beperkingen zorgden voor veel verdriet en maakte dat haar leven enorm beperkt was geworden. Door de bedlegerigheid was elke zin tot leven voor haar verdwenen. Zij leed aan de zware pijn van de artrose en de onbehandelde wondroos zou uiteindelijk tot overlijden leiden. Zij was volledig immobiel geworden en moest verpleegd worden op bed, iets wat zij verschrikkelijk vond. Er bestond ook geen vooruitzicht meer dat dit nog zou verbeteren. Haar autonomie was altijd heel belangrijk voor haar geweest, maar zij was dit volledig kwijtgeraakt. Zij bevond zich in een situatie met alleen nog verdergaande verslechtering in het vooruitzicht. Dit reële toekomstperspectief wilde zij niet meer meemaken.

Ruim een jaar voor het overlijden besprak de patiënte voor het eerst haar euthanasiewens in algemene zin met de arts. Een week voor het overlijden verzocht zij om de daadwerkelijke uitvoering van de levensbeëindiging op verzoek.

De arts raadpleegde als consulent een onafhankelijk SCEN-arts. De consulent bezocht de patiënte vijf dagen voor het overlijden.

De arts heeft in het modelverslag aangegeven dat de uitvoering van de levensbeëindiging gecompliceerd is verlopen. Bij het doorspuiten van het infuus werd de patiënte duizelig en leek zij weg te zakken, waardoor bij de arts het vermoeden ontstond dat de door de apotheker geprepareerde spuiten waren verwisseld. De arts diende daarop versneld de spuiten in de volgorde zoals genummerd aan de patiënte toe. De gehele uitvoering heeft maximaal vijf minuten geduurd. De arts heeft de complicatie bij de uitvoering direct en uitvoerig met de familieleden besproken.

Overwegingen

Aan de hand van de feiten en omstandigheden ontleend aan het dossier en voor zover relevant overweegt de commissie als volgt.

Beslissing

De arts heeft niet gehandeld overeenkomstig de zorgvuldigheidseis bedoeld in artikel 2, eerste lid onder f, Wtl.

De arts heeft wel gehandeld overeenkomstig de overige zorgvuldigheidseisen bedoeld in artikel 2, eerste lid, Wtl.