Na de toediening van de coma-inductor bleek het infuus niet intraveneus te lopen. De arts heeft gewacht tot de coma-inductor was ingewerkt en heeft daarna een tweede infuus arterieel ingebracht. Vervolgens werd het spierrelaxans arterieel toegediend, waarna de patiënte overleed. In afwijking van de Richtlijn Uitvoering euthanasie en hulp bij zelfdoding heeft de arts niet de gehele procedure (direct) opnieuw uitgevoerd, toen het infuus niet veneus bleek te lopen. Vervolgens heeft er na het inbrengen van het nieuwe infuus geen adequate comacheck plaatsgevonden.

Daarom kan niet met voldoende zekerheid worden uitgesloten dat de patiënte de negatieve gevolgen van het spierrelaxans heeft ervaren. De commissie oordeelt dat de arts de levensbeëindiging niet medisch zorgvuldig heeft uitgevoerd.

Introductie van de casus

Bij de patiënte, een vrouw tussen de 80 en 90 jaar, werd ongeveer vier maanden voor haar overlijden darmkanker gediagnosticeerd. De patiënte leed voorafgaand aan deze diagnose al jaren aan chronische pijnklachten door artrose en stenose in de onderrug en schouders. Gelet op haar leeftijd koos de patiënte ervoor om niet meer vervolgonderzoeken en behandelingen voor de darmkanker aan te gaan, maar om zoveel mogelijk kwaliteit van leven te behouden in haar laatste fase. Wat betreft pijnklachten door de artrose en stenose heeft de patiënte jarenlang alle mogelijke behandelingen aangegrepen om haar pijn te verlichten, maar dit mocht na verloop van tijd niet meer baten.

Het lijden van de patiënte bestond uit onder andere jarenlange chronische belemmerende pijn. In de maanden voor haar overlijden kwam daar buikpijn bij met gewichts- en energieverlies. Zij ging fysiek steeds verder achteruit, verloor haar eetlust en er ontstonden vanwege haar immobiliteit druk- en doorligplekken die onhoudbare pijn veroorzaakten. Dit in combinatie met moeheid en achteruitgang in haar algehele functioneren zorgde ervoor dat de patiënte al haar levensplezier verloor. Zij kon alleen nog maar zitten of liggen en was aan het wachten op de dood.

De arts raadpleegde een onafhankelijk SCEN-arts als consulent. De consulent bezocht de patiënte een week voor haar overlijden.

Uit het modelverslag bleek dat de uitvoering van de euthanasie gecompliceerd was verlopen. Na de toediening van de coma-inductor bleek het infuus niet intraveneus te lopen. De arts heeft gewacht tot de coma-inductor was ingewerkt en heeft daarna een tweede infuus arterieel ingebracht. Het spierrelaxans werd arterieel toegediend, waarna de patiënte overleed. De gehele uitvoering heeft ongeveer 23 minuten geduurd.

Overwegingen van de commissie

In deze melding is de commissie van oordeel dat de uitvoering van de levensbeëindiging op verzoek niet medisch zorgvuldig is verlopen. Hieronder legt de commissie uit hoe zij tot dit oordeel is gekomen.

Beslissing

De arts heeft niet gehandeld overeenkomstig de zorgvuldigheidseisen bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder f, Wtl.

De arts heeft wel gehandeld overeenkomstig de overige zorgvuldigheidseisen bedoeld in artikel 2, eerste lid, Wtl.