Nadat de patiënt de barbituraatdrank had ingenomen, was de patiënt na 125 minuten nog niet overleden. De arts heeft toen, na het uitvoeren van een adequate comacheck, intraveneus de spierrelaxans toegediend. Eén minuut later was patiënt overleden. De arts heeft met deze handelswijze strikt genomen niet gehandeld zoals in de Richtlijn Uitvoering euthanasie en hulp bij zelfdoding, KNMP en KNMG, september 2021, omschreven.

Het eerst intraveneus toedienen van een coma-inducerend middel is bedoeld te voorkomen dat de patiënt het toedienen van het spierrelaxans ervaart. Door voorafgaand aan het toedienen van het spierrelaxans op adequate wijze (toediening pijnprikkel) te controleren of de patiënt in voldoende diep coma was geraakt als gevolg van het innemen van de drank, heeft de arts die mogelijkheid uitgesloten. De commissie komt daarom tot het oordeel dat de arts zorgvuldig heeft gehandeld.

Introductie van het praktijkvoorbeeld

Patiënt, een man tussen de 30 en 40 jaar, werd zeven jaar voor het overlijden gediagnosticeerd met een hersentumor. Ongeveer één jaar voor het overlijden bleek er sprake te zijn van progressie van de hersentumor, er waren geen behandelopties meer voorhanden.

Het lijden van patiënt bestond uit de ernstige beperkingen ten gevolge van zijn hersentumor, de toenemende afhankelijkheid, de onvoorspelbaarheid van epileptische aanvallen en het niet meer kunnen communiceren. Patiënt wist dat er geen verbetering van zijn situatie mogelijk was, er enkel verslechtering in het verschiet lag en wilde nog verdere aftakeling niet meer meemaken.

Patiënt sprak twee en een halve maand voor het overlijden met zijn huisarts over euthanasie toen bleek dat er geen behandelopties meer waren. Twee en een halve week voor het overlijden heeft patiënt de arts om daadwerkelijke uitvoering van de levensbeëindiging verzocht. Patiënt heeft zijn verzoek nadien tegenover de arts herhaald.

De arts raadpleegde als consulent een onafhankelijk SCEN-arts. De consulent bezocht patiënt zes dagen voor het overlijden. De consulent kwam tot de conclusie dat aan de zorgvuldigheidseisen was voldaan.

De arts heeft patiënt de barbituraatdrank aangereikt, die patiënt zonder problemen innam. Honderdvijfentwintig minuten na inname van de drank was patiënt nog niet overleden. De arts heeft toen, na het uitvoeren van een adequate comacheck, intraveneus 150 milligram rocuronium toegediend. Eén minuut later was patiënt overleden.

Overwegingen van de commissie

Aan de hand van de feiten en omstandigheden ontleend aan het dossier en voor zover relevant overweegt de commissie als volgt.

Beslissing

De arts heeft gehandeld overeenkomstig de zorgvuldigheidseisen bedoeld in artikel 2, eerste lid, Wtl.