Patiënte deed een week voor de euthanasie een serieuze suïcidepoging, waardoor het euthanasietraject was versneld. De commissie heeft daarom nadrukkelijk stilgestaan bij het vrijwillig en weloverwogen euthanasieverzoek van patiënte. De commissie oordeelt dat de arts grote behoedzaamheid in acht heeft genomen, omdat hij ondanks het versnelde traject goed heeft gereflecteerd op zijn voorgenomen handelen. De arts, de consulent en de geraadpleegde onafhankelijk psychiater waren ervan overtuigd dat patiënte wilsbekwaam was ten aanzien van haar euthanasieverzoek.

Introductie van het praktijkvoorbeeld

Bij patiënte, een vrouw van tussen de 20 en 30 jaar, was sinds zestien jaar voor het overlijden sprake van een recidiverende depressieve stoornis. Ook was bij haar sprake van een autismespectrumstoornis en ADHD. Patiënte had in haar leven meerdere depressieve episodes doorgemaakt. Zo had zij haar eerste – jaren durende – depressieve episode in de periode dat zij de overstap van de basisschool naar de middelbare school maakte. Zij werd veelvuldig gepest door medeleerlingen. Haar autisme bracht verhoogde prikkelgevoeligheid met zich mee en zij was erg geneigd om over haar eigen grenzen heen te gaan om andere mensen een plezier te doen. Daarnaast droeg het wegvallen van structuur toen zij het huis uit ging mogelijk ook bij aan het in stand houden van de depressies. Hoewel zij verschillende dingen ondernam, bracht haar dit hooguit kortdurend verlichting. De depressie keerde echter steeds weer terug. Patiënte heeft in de afgelopen jaren meerdere suïcidepogingen gedaan. Haar doodswens was steeds verder toegenomen naarmate haar klachten verergerden en het effect van de verschillende behandelingen bleef uit.

Patiënte was in het verleden meerdere keren opgenomen geweest. Ook verbleef zij in het jaar voorafgaand aan het overlijden enkele weken bij een familielid in het buitenland om te zien of dit verlichting voor haar gaf. Dit bleek echter niet de nodige verbetering met zich mee te brengen, waardoor van een langer verblijf in het buitenland geen effect meer mocht worden verwacht. Het was patiënte na alle mislukte behandelingen niet gelukt om een balans te vinden in haar leven en zij wilde een eind maken aan haar strijd.

Ruim een jaar voor het overlijden had patiënte om euthanasie gevraagd, waarbij zij zich realiseerde dat er nog een aantal interventies mogelijk waren. Zij had toen al een langer bestaande doodswens. Ongeveer acht maanden voor het overlijden deed zij dit verzoek opnieuw, waarna zij met de arts overeenkwam om nog een aantal interventies in te zetten. Vijf maanden voor het overlijden verzocht zij opnieuw om euthanasie en was na overleg besloten om nog een laatste behandeltraject te doorlopen. Dit traject was ongeveer een week voor het overlijden gestagneerd nadat patiënte een serieuze, weloverwogen en zeer goed voorbereide suïcidepoging had gedaan.

De arts raadpleegde een onafhankelijk psychiater voor een beoordeling van de diagnose, de wilsbekwaamheid ter zake en de aanwezigheid van behandelmogelijkheden. Hij onderzocht patiënte enkele dagen voor het overlijden. Ook raadpleegde de arts als consulent een onafhankelijk SCEN-arts. Deze bezocht patiënte ook kort voor het overlijden.

De arts heeft de levensbeëindiging op verzoek uitgevoerd met de middelen, in de hoeveelheid en op de wijze als aanbevolen in de KNMG/KNMP Richtlijn Uitvoering euthanasie en hulp bij zelfdoding van september 2021.

Overwegingen

Aan de hand van de feiten en omstandigheden ontleend aan het dossier en voor zover relevant overweegt de commissie als volgt.

Beslissing

De arts heeft gehandeld overeenkomstig de zorgvuldigheidseisen bedoeld in artikel 2, eerste lid, Wtl.