Een patiënt tussen de 12 en 16 jaren oud verzocht om euthanasie vanwege uitbehandelde kanker. De arts heeft in het modelverslag navolgbaar toegelicht dat de patiënt in staat was tot een redelijke waardering van zijn belangen en dat de ouders hebben ingestemd met het euthanasieverzoek van hun kind. De commissie kwam tot het oordeel dat de arts overeenkomst de zorgvuldigheidseisen heeft gehandeld.

Introductie van het praktijkvoorbeeld

Bij de patiënt, een jongeman tussen de 12 en 16 jaren oud, werd ongeveer vijf jaar voor zijn overlijden een tumor gediagnosticeerd. De patiënt had vele behandelingen ondergaan. Vier jaar voor het overlijden werd er progressie van de ziekte gediagnosticeerd. Anderhalf jaar voor het overlijden werd besloten de behandelingen te staken omdat deze niet meer hielpen.

Het lijden van de patiënt bestond uit pijn en extreme vermoeidheid. Zo had de patiënt veel last van hoofdpijn en als hij bukte ontstond er duizeligheid. Ook at hij nauwelijks meer en kon alleen nog maar liggen of zitten op de bank. Voor de patiënt stond kwaliteit van leven gelijk aan leuke dingen doen met zijn familie en vrienden. Zijn grootste angst was dan ook dat hij zo vermoeid zou raken, dat dit niet meer kon. De patiënt kon uiteindelijk niet meer genieten van de leuke dingen in het leven. Vanwege alle pijn, de grote vermoeidheid en doordat hij, buiten zijn naaste familie, steeds verder sociaal geïsoleerd werd wilde hij niet meer verder leven. In een schriftelijke wilsverklaring omschreef de patiënt wat voor hem ondraaglijk lijden was. Er bestonden geen curatieve behandelingen meer voor de patiënt, louter experimenteel. De patiënt was zich ervan bewust dat genezing niet meer mogelijk was.

De arts, de behandelend kinderneuroloog van de patiënt, raadpleegde als consulent een onafhankelijk SCEN-arts. De consulent bezocht de patiënt twee keer. De eerste keer vond negen maanden voor het overlijden plaats en de tweede keer een week voor het overlijden. Vier maanden voor het overlijden is er telefonische afstemming geweest tussen de arts en de consulent om de stand van zaken en het verdere verloop van het traject te bespreken.

De arts heeft de levensbeëindiging op verzoek uitgevoerd met de middelen, in de hoeveelheid en op de wijze als aanbevolen in de KNMG/KNMP Richtlijn Uitvoering euthanasie en hulp bij zelfdoding van september 2021.

Overwegingen van de commissie

Beslissing

De arts heeft gehandeld overeenkomstig de zorgvuldigheidseisen bedoeld in artikel 2, eerste lid, en hetgeen is bepaald in het vierde lid van de Wtl.