De RTE heeft recent in twee gevallen het oordeel ‘onzorgvuldig’ gegeven vanwege het niet volgens de Richtlijn uitvoeren van euthanasie. In de eerste situatie waren meer dan dertig minuten verstreken tussen het toedienen van de coma-inductor en de spierverslapper. In het tweede geval heeft de arts bij het doorspoelen van het infuus per ongeluk de spierverslapper gebruikt doordat de apotheek de middelen onjuist had genummerd.

30-minutenregel niet gevolgd

Bij de uitvoering van een euthanasie verstreken na toedienen van de coma-inductor 40 minuten totdat de arts de spierverslapper gaf. Dat is teveel: tussen de coma-inductor en het spierrelaxans mogen maximaal 30 minuten verstrijken. Sinds 1 juli 2025 hanteert de RTE deze toetsnorm in aanvulling op de KNMG/KNMP Richtlijn Uitvoering euthanasie en hulp bij zelfdoding. Wanneer de uitvoering niet verloopt zoals beoogd, moet de arts de gehele procedure opnieuw beginnen.

De arts verklaarde aan de RTE dat hij niet wist dat hij de coma-inductor binnen maximaal vijf minuten moest toedienen. Ook wist hij niet dat hij de procedure opnieuw moest starten nadat de eerste 30 minuten waren gepasseerd tussen toedienen van de coma-inductor en het spierrelaxans. De arts heeft niet de procedure gevolgd die ertoe had moeten leiden dat het bewustzijn van de patiënte voldoende was verlaagd voordat hij het spierverslappende middel toediende. De commissie heeft de uitvoering van de levensbeëindiging als onzorgvuldig beoordeeld.

Lees via deze link het volledige oordeel met nummer 2025-004.

Arts start uitvoering met verkeerde middel

Ook van een andere euthanasie verliep de uitvoering gecompliceerd. Bij het doorspuiten van het infuus met natriumchloride werd de patiënte duizelig en leek zij weg te zakken, waardoor bij de arts het vermoeden ontstond dat de door de apotheker geprepareerde spuiten waren verwisseld. De arts diende daarop versneld de spuiten in de volgorde zoals genummerd aan de patiënte toe.

De gehele uitvoering heeft maximaal vijf minuten geduurd. De arts bleek het infuus inderdaad te hebben doorgespoten met de spierverslapper rocuronium. Hoewel de arts alles heeft gedaan wat in haar macht lag om de patiënte alsnog zo snel mogelijk in een comateuze toestand te brengen, is niet uitgesloten dat de patiënte de werking van de rocuronium bewust heeft meegemaakt. De commissie komt tot het oordeel dat de levensbeëindiging op verzoek niet medisch zorgvuldig is uitgevoerd.

Lees via deze link het volledige oordeel met nummer 2025-010.

Informatie voor artsen

Een medisch zorgvuldige uitvoering is één van de zes zorgvuldigheidseisen uit de Wet toetsing levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding (Wtl). De KNMG/KNMP richtlijn Uitvoering euthanasie en hulp bij zelfdoding beschrijft de professionele standaard voor alle artsen en apothekers in Nederland. In de EuthanasieCode staat aan welke criteria de RTE euthanasiemeldingen toetst.