
Cijfers
Jaarverslag RTE 2025
In dit hoofdstuk staan cijfers over de meldingen die de RTE het afgelopen jaar heeft behandeld. Zowel het totale aantal cijfers als uitsplitsingen komen aan bod. Daarin wordt onder meer een onderscheid gemaakt in de verhoudingen man/vrouw, de verschillende leeftijdscategorieën en de verhouding tussen levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding. Ook geven de cijfers inzicht in de hoeveelheden meldingen op basis van verschillende aandoeningen, welke artsen de euthanasie hebben uitgevoerd en hoeveel meldingen niet volgens alle zorgvuldigheidseisen zijn uitgevoerd.
Klik op de uitklapvelden voor meer informatie.
Algemeen
In 2025 heeft de RTE 10.341 meldingen van euthanasie ontvangen en geregistreerd. Dat is 3,8% meer dan in 2024, toen er 9.958 meldingen waren. In 2025 overleden in totaal in Nederland 173.314 mensen. Dat betekent dat dit in 5,97% van de gevallen gebeurde door euthanasie. In 2024 was dit 5,79%.
Er is een verschil tussen het ontvangen en registreren van meldingen enerzijds en het beoordelen van meldingen anderzijds. De RTE kan niet alle aan het eind van een kalenderjaar ontvangen meldingen beoordelen in dat kalenderjaar. Het is gebruikelijk dat die meldingen aan het begin van het volgende kalenderjaar worden beoordeeld. Elk jaar beoordeelt de RTE dan ook een aantal meldingen van het jaar ervoor. Door het inlopen van de achterstand is dit aantal in 2025 groter dan in andere jaren. In totaal zijn er ruim 900 meer meldingen beoordeeld dan ontvangen in 2025. Waar de RTE een toelichting geeft over beoordeelde meldingen, wordt daarbij vermeld of deze in 2024 of 2025 zijn ontvangen. Wel worden alle meldingen bij binnenkomst al geregistreerd. Daarbij worden gegevens als man/vrouw, leeftijd en aard van de ziekte geregistreerd.
Hieronder volgt een overzicht met het aantal in 2025 ontvangen meldingen van euthanasie bij de vijf afzonderlijke regionale commissies:
Regio 1: Groningen, Friesland, Drenthe en BES-eilanden – 971 meldingen;
Regio 2: Overijssel, Gelderland, Utrecht en Flevoland – 2.696 meldingen;
Regio 3: Noord-Holland – 2.047 meldingen;
Regio 4: Zuid-Holland en Zeeland – 2.058 meldingen; en
Regio 5: Noord-Brabant en Limburg – 2.569 meldingen.
Het percentage mannen en vrouwen in de in 2025 ontvangen meldingen ligt iets verder uit elkaar dan in voorgaande jaren: 5.292 mannen en 5.049 vrouwen (respectievelijk 51,18% en 48,82%). In 2024 was dit 50,17% en 49,83%.
In 10.150 meldingen (98,15%) was sprake van levensbeëindiging op verzoek en in 175 meldingen (1,70%) van hulp bij zelfdoding. In zestien meldingen (0,15%) was het een combinatie van beide: de arts reikte de patiënte een drankje aan om hulp bij zelfdoding te verlenen, maar de patiënte overleed niet binnen de afgesproken tijd. De arts gaat dan over tot levensbeëindiging op verzoek door via het vooraf ingebrachte infuus de middelen toe te dienen.
Soms komt het voor dat twee personen die in nauwe relatie met elkaar staan tegelijkertijd een euthanasieverzoek doen met de wens de euthanasie ook gelijktijdig uit te voeren. Te denken valt dan aan twee partners, ouder en kind of broers en zussen. Als artsen daaraan tegemoetkomen, noemt de RTE dit een ‘duo-euthanasie’.
Vanzelfsprekend moet een arts in beide gevallen afzonderlijk voldoen aan de zorgvuldigheidseisen die de Wtl stelt. De euthanasie kan door dezelfde arts uitgevoerd worden, maar beide patiënten moeten door verschillende SCEN-artsen bezocht worden, om de afzonderlijke en daarmee onafhankelijke beoordeling van hun verzoeken te waarborgen.
In 2025 was 60 keer sprake van een duo-euthanasie, dus in 120 meldingen. Dit is een stijging van 11% ten opzichte van 2024, toen 54 keer een duo-euthanasie is beoordeeld.
Het hoogste aantal meldingen van euthanasie ging in 2025 net als in voorgaande jaren over mensen in de leeftijdscategorie 70-80 jaar, namelijk 3.346 meldingen. Binnen de categorie 80-90 jaar waren het 3.258 meldingen en in de categorie 60-70 jaar 1.730 meldingen.
In de leeftijdscategorie 50-60 jaar kwamen 618 meldingen binnen. In de categorie 40-50 jaar zijn dat 160 meldingen en in de categorie 30-40 jaar 71 meldingen. In de leeftijdscategorie 18-30 jaar kwamen 33 meldingen binnen. Eén melding ging over een patiënt tussen 12 en 18 jaar.
In 2025 beoordeelde de RTE één melding over euthanasie bij een minderjarige patiënte in de leeftijdscategorie 12-18 jaar. Deze melding ging over een patiënte die om euthanasie vroeg vanwege lijden als gevolg van een lichamelijke aandoening.
Binnen de categorie dementie (499 meldingen) had het hoogste aantal meldingen betrekking op patiënten tussen 80 en 90 jaar oud (207 meldingen), gevolgd door de leeftijdscategorie 70-80 jaar (186 meldingen).
Binnen de categorie psychische aandoeningen (174 meldingen) waren in 2025 in de leeftijdscategorie 30-60 jaar 84 meldingen. 71 meldingen gingen over patiënten die 60 jaar of ouder waren. Tot slot kwamen in de leeftijdscategorie 18-30 jaar negentien meldingen binnen. Deze negentien meldingen waren uitgevoerd door zeventien verschillende artsen.
Binnen de categorie ‘stapeling van ouderdomsaandoeningen’ (475 meldingen) was het merendeel van de patiënten 90 jaar of ouder (290 van de 475 meldingen).
Aantal meldingen per leeftijdsgroep in 2025
Niet gehandeld volgens de zorgvuldigheidseisen
In 2025 kwam de RTE in zeven meldingen tot het oordeel dat de uitvoerend arts niet had voldaan aan alle zorgvuldigheidseisen uit de Wtl. Twee van deze meldingen zijn ontvangen in 2024 en de overige vijf in 2025. In één geval ging het om de consultatie, één melding ging over de grote behoedzaamheid die een arts in acht moet nemen als het euthanasieverzoek (grotendeels) voortkomt uit lijden dat het gevolg is van een psychische aandoening. In de andere gevallen was de uitvoering medisch onzorgvuldig.
Aandoeningen
In 8.826 meldingen (85,35%) die de RTE in 2025 ontving, was sprake van patiënten met:
- kanker (5.355)
- aandoeningen van het zenuwstelsel (719), bijvoorbeeld de ziekte van Parkinson, MS of ALS
- hart- of vaataandoeningen (509)
- longaandoeningen (335)
- een combinatie van lichamelijke aandoeningen (1.908)
Wilsbekwaam
In 499 meldingen is euthanasie verleend aan een patiënte met een vorm van dementie. Daarvan waren 492 patiënten nog wilsbekwaam ten aanzien van hun euthanasieverzoek. Dit zijn patiënten die nog inzicht hadden in (de symptomen van) hun ziekte, zoals verlies van persoonlijkheid en van oriëntatie in tijd en ruimte. In 2024 ontving de RTE 427 meldingen van patiënten in de categorie 'dementie'.
Daarnaast waren er dit verslagjaar 202 meldingen van patiënten bij wie sprake was van een combinatie van aandoeningen, waaronder dementie. Bij deze patiënten was een dementieel beeld mede een reden voor het euthanasieverzoek, maar speelden daarnaast ook andere aandoeningen een rol. In 2024 ging dit om 154 patiënten.
Wilsonbekwaam
In elf meldingen die in 2025 zijn beoordeeld, ging het om patiënten in een voortgeschreden stadium van dementie. Daarvan zijn er vier ontvangen in 2024 en zeven in 2025. Zij waren niet meer wilsbekwaam ten aanzien van hun verzoek en niet meer in staat om betekenisvol over hun verzoek te communiceren. Hun eerder opgestelde schriftelijke euthanasieverzoek kwam in de plaats van een mondeling verzoek. Meer informatie over deze groep patiënten staat bij de praktijkvoorbeelden van bijzondere aandoeningen. Al deze elf oordelen zijn gepubliceerd op de website van de RTE.
Bij patiënten met dementie moeten artsen met “grote behoedzaamheid” te werk gaan. Zie voor de aandachtspunten bij euthanasie bij patiënten met dementie de EuthanasieCode pagina 30 en verder.
In 174 meldingen van euthanasie in 2025 kwam het lijden (grotendeels) voort uit één of meer psychische aandoeningen. Daarbij was de uitvoerend arts 52 keer een psychiater, 36 keer een huisarts en 27 keer een andere medisch specialist (onder wie ook specialisten ouderengeneeskunde). In de overige 59 meldingen was de uitvoerend arts een ‘andere arts’. In 96 meldingen was de uitvoerend arts verbonden aan Expertisecentrum Euthanasie (EE).
In 2024 ging het om 219 meldingen. Dit betekent dat in 2025 bijna 21% minder euthanasie is uitgevoerd bij patiënten op grond van een psychische aandoening.
Bekijk de cijfers over meldingen in 2025 van euthanasie om een psychische aandoening bij patiënten jonger dan 30 jaar.
Lees over een melding waarbij een psychische aandoening de reden was voor het euthanasieverzoek op de pagina met praktijkvoorbeelden van bijzondere aandoeningen.
In 2025 zijn 80 meldingen ontvangen waarbij het euthanasieverzoek voortkwam uit een combinatie van één of meer psychische aandoeningen én tenminste één lichamelijke. In 2024 ging het om 90 meldingen. Ook bij deze categorie patiënten met een psychische aandoening is dus sprake van een daling.
Bij elke melding die de RTE ontvangt, registreert de RTE de aandoeningen die de aanleiding vormen voor het euthanasieverzoek. Als het euthanasieverzoek volledig voortkomt uit een psychische aandoening, wordt deze geregistreerd onder ‘psychische aandoening’. Als het euthanasieverzoek grotendeels (‘in overwegende mate’) voortkomt uit een psychische aandoening maar er daarnaast ook lichamelijke aandoeningen zijn die bijdragen, wordt deze ook geregistreerd onder ‘psychische aandoening’.
In drie andere gevallen registreert de RTE de melding als combinatie van psychische en lichamelijke aandoeningen: als beide het lijden in min of meer gelijke mate veroorzaken, als dat in wisselwerking gebeurt óf wanneer het lijden grotendeels voortkomt uit een lichamelijke aandoening, maar waarbij een psychische aandoening in mindere mate ook een rol speelt.
Het gaat dan bijvoorbeeld om patiënten die al tientallen jaren leven met een psychische aandoening en geen actieve doodswens hebben, maar bij wie de mogelijkheid om met hun psychiatrische problematiek om te gaan wegvalt door een lichamelijke aandoening. De lichamelijke aandoening verstoort de eerder bestaande balans, en maakt het lijden ondraaglijk waardoor er een euthanasieverzoek ontstaat.
Ook een stapeling van ouderdomsaandoeningen kan zorgen voor ondraaglijk en uitzichtloos lijden. Onder ouderdomsaandoeningen vallen bijvoorbeeld: slecht zien en horen, (gevolgen van) botontkalking, slijtage van gewrichten, evenwichtsproblemen en cognitieve achteruitgang (kennen en weten neemt af). Deze aandoeningen ontstaan meestal op hogere leeftijd en kunnen zorgen voor een optelsom aan klachten. De samenhang met de ziektegeschiedenis, de biografie, de persoonlijkheid, de waarden en de draagkracht van de patiënte kan tot gevolg hebben dat de patiënte het lijden als uitzichtloos en ondraaglijk ervaart.
Bij deze categorie is het belangrijk dat het specifiek gaat om ouderdomsaandoeningen. Als bij een patiënte ook sprake is van aandoeningen die niet direct gelinkt zijn aan ouderdom zoals kanker, restschade na een CVA (hersenbloeding of beroerte), dementie of een auto-immuunziekte, registreert de RTE deze melding als een combinatie van aandoeningen. De RTE hanteert een andere definitie van ‘stapeling van ouderdomsaandoeningen’ dan EE. Hierdoor kan het zijn dat deze cijfers niet met elkaar overeenkomen.
In 2025 ontving de RTE 475 meldingen in deze categorie. Dit is een stijging ten opzichte van 2024, toen er 397 meldingen waren ontvangen. Een voorbeeld hiervan is opgenomen in de praktijkvoorbeelden van bijzondere aandoeningen.
Tot slot gebruikt de RTE bij de registratie van meldingen nog de restcategorie ‘andere aandoeningen’. Het gaat daarbij om aandoeningen die niet onder de voorgaande categorieën vallen. Bijvoorbeeld een chronisch pijnsyndroom, zeldzame erfelijke aandoeningen, nierfalen, blindheid, ernstige fracturen of tinnitus. Dit waren 287 meldingen in 2025.
Aantal meldingen per aandoening in 2025
Uitvoerend artsen
In het overgrote deel van de meldingen was een huisarts de uitvoerend arts (8.166). De overige uitvoerende artsen waren: specialisten ouderengeneeskunde (475), psychiaters (59), overige medisch specialisten (311) en artsen in opleiding (153). Ten slotte is er nog een groep meldingen (1.177) van ‘andere artsen’. Hieronder vallen bijvoorbeeld ambulant artsen die niet meer geregistreerd staan als medisch specialist en werkzaam zijn voor EE. Ook ambulante euthanasieartsen die niet aan EE verbonden zijn vallen hier onder. Voor de RTE is deze groep artsen relatief nieuw en heeft daarom haar aandacht. De RTE selecteert dan ook alle meldingen afkomstig van deze groep artsen voorlopig als vragen oproepend, en beoordeelt ze dus op een fysieke commissievergadering.
Het aantal meldingen van artsen die verbonden zijn aan EE steeg met 43 meldingen ten opzichte van 2024 (1.417) tot 1.460. Dit betekent dat bij meldingen van artsen die verbonden zijn aan EE sprake is van een stijging van circa 3%, terwijl de hoeveelheid meldingen van alle artsen steeg met 4%. EE-artsen worden vaak ingeschakeld als de arts die bij de behandeling van een patiënte betrokken is het euthanasieverzoek te ingewikkeld vindt. Ook artsen die om principiële redenen geen euthanasie verlenen of artsen die alleen euthanasie willen verlenen aan patiënten met een terminale ziekte verwijzen soms patiënten door naar EE. Naast het doorverwijzen door een behandelend arts komt het ook voor dat de patiënte zelf of de familie het contact met EE legt.
Iets meer dan de helft van de meldingen waarbij sprake was van euthanasie vanwege een psychische aandoening was afkomstig van een EE-arts: 96 van de 174 meldingen (55,17%). Dat is een daling van ongeveer 24% ten opzichte van 2024. Van de meldingen waarbij de grondslag van het lijden voortvloeide uit een vorm van dementie waren 180 van de 499 meldingen (36,07%) afkomstig van een EE-arts. In 2024 waren 149 van de 427 meldingen door EE uitgevoerd (34,89%). Verder waren 172 van de 475 meldingen (36,21%) waarbij sprake was van een stapeling van ouderdomsaandoeningen afkomstig van EE-artsen. In 2024 was dit 140 van de 397 meldingen (35,26%).
NB: De RTE en EE hanteren verschillende definities van ‘stapeling van ouderdomsaandoeningen’. Hierdoor kan het zijn dat de cijfers van de RTE en EE niet met elkaar overeenkomen.
Omstandigheden
Net als in voorgaande jaren vond de euthanasie in 2025 in verreweg de meeste gevallen thuis plaats (8.008). In de overige gevallen was de plaats van overlijden een verpleeg- of verzorgingshuis (1.036), een hospice (875), een ziekenhuis (241) of een andere plaats, bijvoorbeeld bij familie thuis of in een zorghotel (181).
Euthanasie staat het doneren van organen en weefsel niet in de weg. In de door de Nederlandse Transplantatie Stichting opgestelde Richtlijn Orgaandonatie na euthanasie is de procedure in een uitgebreid stappenplan beschreven. Als de patiënte na haar dood organen wil doneren moet de euthanasie plaatsvinden in het ziekenhuis. Bij weefseldonatie kan de euthanasie ook op andere locaties plaatsvinden.
De RTE ontving in 2025 30 meldingen waarin expliciet stond dat na euthanasie organen en/of weefsel waren gedoneerd. In 2024 waren dat er 28. Het kan overigens zijn dat wel sprake is geweest van orgaan- en/of weefseldonatie, maar dat dit niet expliciet is benoemd in het dossier.