Praktijkvoorbeelden bijzondere aandoeningen

Jaarverslag RTE 2025

Hieronder beschrijven we vier meldingen waarbij patiënten een bijzondere aandoening hadden. De eerste melding gaat over een patiënt met een psychische aandoening, de tweede over een patiënte met een stapeling van ouderdomsaandoeningen. De laatste twee meldingen gaan over patiënten met dementie.

Psychische aandoening

Als het euthanasieverzoek (grotendeels) voortkomt uit lijden als gevolg van een psychische aandoening wordt van de arts grote behoedzaamheid verwacht. De RTE geeft invulling aan bovengenoemd uitgangspunt door te toetsen of de arts een onafhankelijk psychiater heeft geraadpleegd. Die moet hebben beoordeeld dat de patiënte wilsbekwaam is ten aanzien van het verzoek, dat het lijden uitzichtloos is en dat redelijke alternatieven ontbreken. De onafhankelijk psychiater mag zo nodig behandeladviezen geven. De arts kan zelf beslissen of zij een onafhankelijk psychiater náást een (SCEN-)consulent raadpleegt, of een (SCEN-)consulent die tevens psychiater is (EuthanasieCode 2022).

De Richtlijn Levensbeëindiging op verzoek bij patiënten met een psychische stoornis van de NVvP uit 2018 (hierna: Richtlijn NVvP 2018) 1 en het addendum Consultatiefase uit 2025, wijken af van de EuthanasieCode. De RTE toetst niet of de arts zich aan de Richtlijn NVvP 2018 heeft gehouden. Leidend bij de toetsing is de EuthanasieCode en wat daarin is opgenomen.

Meldingen van patiënten waarbij het euthanasieverzoek (mede) voortkomt uit een psychische aandoening, worden per definitie aangemerkt als vragen oproepend (VO). Hier is voor gekozen, omdat deze meldingen extra tijd en aandacht behoeven. Door deze meldingen als VO te categoriseren wordt hiervoor ruimte gemaakt. Hoewel zij dus als VO zijn gecategoriseerd, roepen niet alle meldingen van patiënten met een psychische aandoening vragen op over de zorgvuldigheidseisen.

Per 1 januari 2026 is de EuthanasieCode geactualiseerd. Voor meer informatie over de toetsing van de euthanasie bij deze groep patiënten verwijzen wij naar de pagina’s 27-30.

[1] Deze richtlijn is te raadplegen op nvvp.net en op richtlijnendatabase.nl.

Stapeling van ouderdomsaandoeningen

Wil een patiënte in aanmerking komen voor euthanasie dan moet haar lijden een medische grondslag hebben. Niet is vereist dat er een levensbedreigende aandoening bestaat. Ook een stapeling van ouderdomsaandoeningen – zoals slechtziendheid, slechthorendheid, botontkalking, gewrichtsslijtage, evenwichtsproblemen of cognitieve achteruitgang – kan oorzaak zijn van ondraaglijk en uitzichtloos lijden. Deze veelal degeneratieve aandoeningen treden doorgaans op hogere leeftijd op. Eén of een optelsom van meerdere van deze aandoeningen en daarmee samenhangende klachten kan lijden veroorzaken. Ook voor deze patiënten geldt dat het lijden en de ondraaglijkheid ervan samenhangen met zaken als levensgeschiedenis, persoonlijkheid en draagkracht (EuthanasieCode 2022).

Per 1 januari 2026 is de EuthanasieCode geactualiseerd. Voor meer informatie over deze groep patiënten verwijzen wij naar pagina 14.

Dementie

Bij patiënten met dementie is er aanleiding om met grote behoedzaamheid na te gaan of aan de wettelijke zorgvuldigheidseisen is voldaan, in het bijzonder aan de eisen inzake het vrijwillig en weloverwogen verzoek en het ondraaglijk lijden. Naarmate het ziekteproces bij patiënten met dementie voortschrijdt, neemt de wilsbekwaamheid van de patiënte af.