Oordeel 2021-61, zorgvuldig, NVO-melding, stapeling van ouderdomsaandoeningen, uitzichtloos en ondraaglijk lijden, vrijwillig en weloverwogen verzoek, geen redelijke andere oplossing, onafhankelijke arts geraadpleegd.

Patiënte werd zeer beperkt door een  stapeling van ouderdomsaandoeningen en was volledig zorgafhankelijk geworden. Een onafhankelijk deskundige werd geraadpleegd om de wilsbekwaamheid te beoordelen.

In meldingen waarin de commissie van oordeel is dat de arts aan alle zorgvuldigheidseisen voldaan heeft en die geen enkele vraag oproepen, wordt de arts vrijwel altijd in een korte brief op de hoogte gesteld van de uitkomst van de beoordeling. De hieronder staande casus betreft een dergelijke melding. De tekst is dus niet een verzonden oordeel, maar een samenvatting van de casuïstiek van de betreffende melding.

Bij een vrouw, ouder dan negentig jaar, was sinds geruime tijd voor het overlijden sprake van maculadegeneratie (oogziekte) en ernstige presbyacusis (ouderdomsslechthorendheid). De vrouw verbleef sinds ongeveer acht maanden voor het overlijden in een verpleeghuis.

In de loop der jaren is de visus en het gehoor van de vrouw langzaam achteruitgegaan. Uiteindelijk was de vrouw nagenoeg blind en zeer slechthorend. Door de slechthorendheid en slechtziendheid raakte de vrouw in een toenemend sociaal isolement en werd zij steeds afhankelijker van anderen. Zij kon de dingen die haar voorheen betekenis gaven niet meer uitoefenen en ook lezen of tv kijken ter afleiding was niet meer mogelijk.

De vrouw, die altijd een actief leven had geleid, bracht haar dagen zittend op een stoel door, wachtend tot er iemand langs kwam. Door haar sociaal isolement kreeg zij angstdromen, mede door de belevenissen uit haar jeugd, waardoor zij onrustig werd. Zij leed onder de zinloosheid van haar situatie de afhankelijkheid van anderen en het gebrek aan perspectief. De vrouw ervoer haar lijden als ondraaglijk.

De vrouw had eerder met de behandelend specialist ouderengeneeskunde van het verpleeghuis over euthanasie gesproken. Hij kon om principiële redenen niet ingaan op het verzoek. Hierop nam de arts, eveneens specialist ouderengeneeskunde in het verpleeghuis, het verzoek over. Direct tijdens het eerste gesprek, twee maanden voor het overlijden, verzocht de vrouw om daadwerkelijke uitvoering van de levensbeëindiging. Hierna sprak de arts nog drie keer met de vrouw en zij persisteerde in haar verzoek.

Volgens de arts was er sprake van een vrijwillig en weloverwogen verzoek. Hij stelde vast dat tijdens de gesprekken helder van bewustzijn was, ziektebesef en –inzicht had en zich bewust was van de strekking en consequenties van haar verzoek. Zekerheidshalve raadpleegde de arts drie weken voor het overlijden een specialist ouderengeneeskunde ter beoordeling van de wilsbekwaamheid van de vrouw. De specialist ouderengeneeskunde concludeerde dat de vrouw wilsbekwaam was ten aanzien van haar verzoek. Deze conclusie werd tevens door de consulent bevestigd.

De arts was er voorts van overtuigd dat het lijden voor de vrouw ondraaglijk en naar heersend medisch inzicht uitzichtloos was. Er waren geen voor de vrouw aanvaardbare mogelijkheden meer om het lijden te verlichten. Dit werd ook bevestigd door de geraadpleegde onafhankelijk specialist ouderengeneeskunde Verder kon uit de stukken worden afgeleid dat de arts de vrouw voldoende had voorgelicht over de situatie waarin zij zich bevond en haar vooruitzichten.

De arts raadpleegde een onafhankelijke SCEN-arts als consulent. Hij bezocht de vrouw tweeënhalve week voor het overlijden. Vanwege de slechthorendheid verliep de communicatie volgens de consulent veelal ‘schreeuwend’, maar was desalniettemin goed mogelijk. Hij kwam tot de conclusie dat aan de zorgvuldigheidseisen was voldaan.

De arts voerde de euthanasie uit met de middelen, in de hoeveelheid en op de wijze als aanbevolen in de KNMG/KNMP Richtlijn Uitvoering euthanasie en hulp bij zelfdoding van augustus 2012.

Een stapeling van ouderdomsaandoeningen kan de oorzaak zijn van uitzichtloos en ondraaglijk lijden. Het lijden van de patiënt moet zijn oorzaak vinden in een medische aandoening, die zowel somatisch als psychiatrisch van aard kan zijn. Het hoeft het niet te gaan om één overheersend medisch probleem. Het lijden van de patiënt kan ook het gevolg zijn van een stapeling van grotere en kleinere gezondheidsproblemen. De optelsom van medische problemen kan, in samenhang met de ziektegeschiedenis, de biografie, de persoonlijkheid, het waardepatroon en de draagkracht van de patiënt, een lijden doen ontstaan dat voor de patiënt ondraaglijk is.

De commissie kwam tot het oordeel dat de arts gehandeld heeft overeenkomstig de zorgvuldigheidseisen.