Oordeel 2021-57, zorgvuldig, NVO-melding, aandoening van het zenuwstelsel, uitzichtloos en ondraaglijk lijden, vrijwillig en weloverwogen verzoek, geen redelijke andere oplossing.

Bij patiënte was ALS vastgesteld. Zij communiceerde via  een spraakcomputer en kon op die manier de ondraaglijkheid van haar lijden en haar verzoek goed onderbouwen.

In meldingen waarin de commissie van oordeel is dat de arts aan alle zorgvuldigheidseisen voldaan heeft en die geen enkele vraag oproepen, wordt de arts vrijwel altijd in een korte brief op de hoogte gesteld van de uitkomst van de beoordeling. De hieronder staande casus betreft een dergelijke melding. De tekst is dus niet een verzonden oordeel, maar een samenvatting van de casuïstiek van de betreffende melding.

Bij een vrouw, tussen de vijftig en zestig jaar oud, werd bijna vier jaar voor het overlijden Amyotrofische Laterale Sclerose (ALS) vastgesteld. ALS is een ziekte van het zenuwstelsel waardoor spieren geleidelijk dunner en minder krachtig worden. Genezing was niet mogelijk.

Sinds de gestelde diagnose had de vrouw stap voor stap veel ingeleverd. Zij was volledig ADL afhankelijk geworden en sinds twee jaar voor het overlijden kon de vrouw ook niet meer zelf praten. Zij communiceerde via een spraakcomputer die zij met haar ogen kon besturen. Sinds enkele weken voor het overlijden bereikte zij echter het punt dat zij ook niet meer op een verantwoorde manier in een ligstoel kon zitten en aan bed gekluisterd raakte. Dat was voor haar onverdraaglijk. Daarbij had de vrouw in toenemende mate slikproblemen waardoor zij zich met regelmaat verslikte in haar eigen speeksel wat zeer vervelende hoestbuien gaf. Deze hoestbuiten beangstigde haar.

De vrouw leed onder de fysieke achteruitgang, het verlies van autonomie, de uitzichtloosheid van haar situatie en de reële angst om te stikken. Zij vond haar situatie ontluisterend en vreesde verdere achteruitgang. De vrouw ervoer haar lijden als ondraaglijk.

De vrouw had met regelmaat met de arts over euthanasie gesproken. Twaalf dagen voor het overlijden heeft de vrouw de arts om daadwerkelijke uitvoering van de levensbeëindiging verzocht. De arts stelde vast dat de vrouw door middel van de spraakcomputer haar verzoek goed kon onderbouwen en begreep wat haar verzoek inhield. Volgens de arts was er sprake van een vrijwillig en weloverwogen verzoek.

De arts was ervan overtuigd dat het lijden voor de vrouw ondraaglijk en naar heersend medisch inzicht uitzichtloos was. Er waren geen voor de vrouw aanvaardbare mogelijkheden meer om het lijden te verlichten. Verder kon uit de stukken worden afgeleid dat de arts de vrouw voldoende had voorgelicht over de situatie waarin zij zich bevond en haar vooruitzichten. De arts raadpleegde een onafhankelijke SCEN-arts als consulent. Hij bezocht de vrouw drie dagen voor het overlijden en kwam tot de conclusie dat aan de zorgvuldigheidseisen was voldaan.

De arts voerde de euthanasie uit met de middelen, in de hoeveelheid en op de wijze als aanbevolen in de KNMG/KNMP Richtlijn Uitvoering euthanasie en hulp bij zelfdoding van augustus 2012.

De commissie kwam tot het oordeel dat de arts gehandeld heeft overeenkomstig de zorgvuldigheidseisen.