Uitgangspunt: de consulent ziet en spreekt de patiënt

De wet bepaalt dat de consulent de patiënt moet zien. In veruit de meeste gevallen zal het daarbij gaan om een combinatie van zien en spreken van de patiënt. Uitgangspunt is dat de consulent patiënt ook ziet zonder dat anderen daarbij aanwezig zijn.

Het kan gebeuren dat de patiënt, op het moment dat consulent hem bezoekt, niet meer tot een gesprek in staat is. Als de arts zo’n situatie ziet aankomen, doet hij er goed aan de consulent eerder te laten komen. Zo nodig kan dan nadien nog telefonisch contact tussen arts en consulent plaatsvinden.

Wanneer de patiënt ten tijde van het bezoek van de consulent niet meer aanspreekbaar is, dient de consulent aan de hand van alle andere beschikbare en relevante feiten en omstandigheden een oordeel te geven. Nadere informatie verkregen van de arts en (eventueel) de familie kan daarbij behulpzaam zijn.

De wet vereist dus niet dat de consulent altijd (verbaal of non-verbaal) met de patiënt kan communiceren.Dit vloeit ook voort uit de wettelijke mogelijkheid om een verzoek tot euthanasie uit te voeren in gevallen waarin de patiënt niet meer kan communiceren, maar hij eerder wel een schriftelijke wilsverklaring opstelde.

> zie nader over de schriftelijke wilsverklaring
> zie nader over coma en verlaagd bewustzijn

Het komt voor dat de consulent de patiënt zeer kort voor de uitvoering van de euthanasie bezoekt, soms zelfs op de dag van het overlijden. De omstandigheden van het geval, en met name een onverwachte ernstige verslechtering van de situatie van de patiënt, kunnen dit onvermijdelijk maken. Uit de verslaglegging van de arts moet dan blijken dat hij van de bevindingen van de consulent heeft kennisgenomen voordat hij tot euthanasie overging.

De patiënt ‘zien’ zal normaal gesproken betekenen: de patiënt ‘bezoeken’. Op de BES-eilanden kan dat tot praktische problemen leiden, en kan bijvoorbeeld worden gekozen voor een beeldgesprek tussen consulent en patiënt via internet.