In deze melding heeft de arts euthanasie uitgevoerd bij een patiënte met vergevorderde dementie. De patiënte was ten tijde van de uitvoering van de euthanasie wilsonbekwaam. De arts heeft zich gebaseerd op de schriftelijke wilsverklaring. Vanwege de wilsonbekwaamheid van de patiënte heeft de commissie uitgebreid stilgestaan bij de invulling van alle zorgvuldigheidseisen. De commissie komt tot het oordeel dat de arts volgens de zorgvuldigheidseisen heeft gehandeld.

NB: Om herleidbaarheid te voorkomen zijn bepaalde passages uit dit oordeel gehaald. U leest hier daarom een aangepast oordeel. De arts die de euthanasie heeft uitgevoerd heeft het volledige oordeel ontvangen.

Introductie van het praktijkvoorbeeld

Bij de patiënte, een vrouw tussen 60-70 jaar, werd zeven jaar voor het overlijden de ziekte van Alzheimer vastgesteld. Drie jaar voor het overlijden ging de patiënte wonen in een zorginstelling. De patiënte was een hoog-opgeleide vrouw. Zij beschreef zichzelf als een creatieve en onafhankelijke vrouw. Zij had het aftakelingsproces dat dementie kenmerkt, meegemaakt in haar nabije familie. Na het stellen van de diagnose besprak zij haar euthanasieverzoek met haar toenmalige huisarts. Zij stelde een schriftelijke wilsverklaring op, waarin opgenomen was in welke omstandigheden zij niet meer verder wilde leven.

Op het moment van overlijden was de patiënte functioneel blind en reageerde zij niet meer op de mensen in haar omgeving en herkende die niet meer. Zij was regelmatig incontinent voor urine en faeces en raakte op die momenten in paniek. Zij had hyperalgesie en hyperesthesie, waardoor zij extreem gevoelig werd voor aanraking van de huid. Verzorging van de patiënte was daardoor erg pijnlijk voor haar. Met regelmaat was de patiënte emotioneel, hetgeen gepaard ging met roepen en schreeuwen. Er was sprake van decorumverlies. In het jaar voor het overlijden vielen spaarzame momenten waarop de patiënte nog kon genieten van het bezoek van haar naasten weg. Zij herkende hen niet meer.

Vier maanden voor het overlijden is de arts, in overleg met de familie van de patiënte, de mogelijkheid gaan onderzoeken om aan het schriftelijke euthanasieverzoek van patiënte uitvoering te kunnen geven.

De arts heeft de levensbeëindiging op verzoek uitgevoerd met de middelen, in de hoeveelheid en op de wijze als aanbevolen in de KNMG/KNMP Richtlijn Uitvoering euthanasie en hulp bij zelfdoding van september 2021. Voorafgaand aan de uitvoering diende de arts aan de patiënte twee maal 7,5mg Midazolam toe.

Overwegingen van de commissie

Aan de hand van de feiten en omstandigheden ontleend aan het dossier en voor zover relevant overweegt de commissie als volgt.

Beslissing

De arts heeft gehandeld overeenkomstig de zorgvuldigheidseisen bedoeld in artikel 2, eerste lid en tweede lid Wtl.