De patiënt wilde na vertrek uit het ziekenhuis zo snel mogelijk naar een locatie aan de andere kant van het land. Logistiek was het hierdoor niet meer mogelijk voor de al benaderde consulent om de patiënt fysiek te bezoeken en vond het SCEN-gesprek plaats via beeldbellen. De commissie oordeelt dat er sprake was van uitzonderlijke omstandigheden waardoor in dit geval een uitzondering te rechtvaardigen is op de hoofdregel dat de consulent de patiënt in beginsel fysiek dient te zien en spreken.
NB: Het betreft hier een uitzonderlijke situatie. Het uitgangspunt is dat een SCEN-arts de patiënt zelf bezoekt en zelf spreekt, in ieder geval ook onder vier ogen. Om herleidbaarheid te voorkomen zijn bepaalde passages uit dit oordeel gehaald. U leest hier daarom een aangepast oordeel. De arts die de euthanasie heeft uitgevoerd heeft het volledige oordeel ontvangen.
Introductie van het praktijkvoorbeeld
Bij patiënt, een man tussen de 50 en 60 jaar, werd ruim een jaar voor het overlijden een gemetastaseerd rectumcarcinoom vastgesteld. Genezing was niet meer mogelijk en de prognose was zeer ongunstig.
Het lijden van patiënt bestond uit algehele lichamelijke aftakeling met forse pijn en ernstig gewichtsverlies. De patiënt wilde een verdere lijdensweg voorkomen. Hij wilde zelf de regie houden om op een voor hem waardige manier afscheid te kunnen nemen.
Na de zeer ongunstige prognose verzocht patiënt direct zijn eigen huisarts om euthanasie, waarna zijn huisarts in overleg met patiënt een euthanasietraject opstartte. Patiënt verbleef destijds nog in het ziekenhuis maar wilde zo snel mogelijk naar een locatie elders in het land. Uiteindelijk werd de euthanasie door de eigen huisarts niet uitvoerbaar geacht, omdat patiënt dan voor de euthanasie terug zou moeten keren naar de stad waar hij woonde. De uitvoerend arts en de huisarts hebben hierover uitgebreid gesproken waarbij bleek dat de uitvoerend arts bereid was de uitvoering over te nemen. De uitvoerend arts had ook contact met de vroegere huisarts, maar hij en zijn collega's voeren geen euthanasie uit.
De uitvoerend arts sprak patiënt telefonisch drie dagen voor het overlijden voor het eerst over euthanasie, waarna de arts patiënt nog meermaals sprak en patiënt tevens fysiek bezocht. Patiënt verzocht de arts direct tijdens het eerste gesprek concreet om uitvoering van zijn euthanasieverzoek.
De eigen huisarts raadpleegde een onafhankelijke SCEN-arts als consulent. De consulent sprak drie dagen voor overlijden met patiënt middels beeldbellen toen patiënt nog in het ziekenhuis lag en kwam in haar verslag tot de conclusie dat aan de zorgvuldigheidseisen was voldaan. De uitvoerend arts heeft uitgebreid contact gehad met de SCEN-arts over de nieuwe situatie, waarna de SCEN-arts een addendum heeft opgesteld en waarin zij haar conclusie dat aan de zorgvuldigheidseisen werd voldaan heeft herhaald.
De arts heeft de levensbeëindiging op verzoek uitgevoerd met de middelen, in de hoeveelheid en op de wijze als aanbevolen in de KNMG/KNMP Richtlijn Uitvoering euthanasie en hulp bij zelfdoding van september 2021.
In artikel 2, eerste lid, van de Wet toetsing levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding (hierna: Wtl) staan de zes zorgvuldigheidseisen waaraan de arts moet voldoen, wanneer hij levensbeëindiging op verzoek of hulp bij zelfdoding toepast. De tekst van artikel 2, eerste lid, Wtl is bijgevoegd in bijlage I.
De consulent heeft patiënt niet fysiek bezocht, maar heeft hem via beeldbellen gezien en gesproken. De commissie zal dan ook nader overwegen over de zorgvuldigheidseis met betrekking tot het raadplegen van ten minste één andere, onafhankelijke arts, die de patiënt heeft gezien en schriftelijk zijn oordeel heeft gegeven over de zorgvuldigheidseisen (artikel 2, eerste lid, onder e, Wtl)
Overwegingen van de commissie
Aan de hand van de feiten en omstandigheden ontleend aan het dossier en voor zover relevant overweegt de commissie als volgt.
Het uitgangspunt van de Wtl en de KNMG Richtlijn Goede steun en consultatie bij euthanasie (2011) is dat de consulent bij de patiënt op huisbezoek gaat, of in ieder geval de patiënt fysiek ziet en spreekt. In de EuthanasieCode 2022 staat hierover op pagina 34 het volgende vermeld: ”De wet bepaalt dat de consulent de patiënt moet zien. In veruit de meeste gevallen zal het daarbij gaan om een combinatie van zien en spreken van de patiënt. Uitgangspunt is dat de consulent de patiënt ook ziet zonder dat anderen daarbij aanwezig zijn." Uit de wetsgeschiedenis blijkt dat hier ‘in uitzonderlijke omstandigheden’ van afgeweken kan worden. De EuthanasieCode 2022 erkent dat ook, bijvoorbeeld in geval van praktische problemen bij een consultatie op de BES-eilanden, in welk geval een beeldgesprek tussen de consulent en de patiënt kan worden gevoerd. Ook ten tijde van de coronapandemie spraken consulenten in een aantal gevallen digitaal met patiënten in plaats van een face-to-face gesprek, om besmetting met het coronavirus te voorkomen. De KNMG heeft hiervoor (tijdelijk geldende) voorwaarden opgesteld (document “Voorwaarden voor het, in uitzonderlijke omstandigheden, gebruiken van digitale middelen bij een consult van SCEN-arts bij patiënt in plaats van face-to-face gesprek” d.d. 19 maart 2020), welke voorwaarden inmiddels ook weer zijn ingetrokken. Voorts geldt in het algemeen dat een arts mag afwijken van een geldende richtlijn, mits voldoende gemotiveerd.
Het is voor de commissie vast te komen staan dat bij patiënt, ruim een jaar voor het overlijden een gemetastaseerd rectumcarcinoom werd vastgesteld. Genezing was niet meer mogelijk en de prognose was zeer ongunstig. Uit de stukken is de commissie gebleken dat de consulent na uitvoerig telefonisch overleg met patiënt besloten had om het consult online te laten plaatsvinden. De reden hiervoor was dat op de dag van het SCEN-consult patiënt na het gesprek onmiddellijk zou vertrekken naar een locatie elders in het land. Patiënt wilde op die speciale locatie graag nog tijd doorbrengen met zijn naasten. Om medewerking te kunnen verlenen aan het verzoek van patiënt, lukte het de SCEN-arts logistiek niet meer om patiënt fysiek te ontmoeten. De SCEN-arts kwam met patiënt overeen dat het gesprek bij uitzondering nog die middag middels een zoom-verbinding zou plaatsvinden. De consulent kwam vervolgens tot de conclusie dat aan alle zorgvuldigheidseisen was voldaan.
In eerste instantie zou patiënt nog terugkeren naar de stad waar hij woonde, maar uiteindelijk bleek dit voor patiënt, door zijn snelle achteruitgang en fysieke toestand, een haast onmenselijk vooruitzicht. Waarna gezocht is naar een oplossing en uiteindelijk de uitvoerend arts bereid was de euthanasie over te nemen.
De arts heeft vervolgens direct contact opgenomen met de SCEN-arts en haar uitvoerig gesproken. Tijdens dit gesprek werden ook de uitzonderlijke redenen besproken waardoor de SCEN-arts de overweging had gemaakt het consult te laten plaatsvinden middels beeldbellen. Na overleg met de uitvoerend arts heeft de SCEN-arts een addendum heeft opgesteld waarin zij opnieuw tot de conclusie kwam dat aan de zorgvuldigheidseisen werd voldaan.
De commissie oordeelt op grond van bovenstaande dat de consulent heeft kunnen menen dat er sprake was van uitzonderlijke omstandigheden die in dit geval een uitzondering rechtvaardigden op de hoofdregel dat de consulent de patiënt in beginsel fysiek dient te zien en spreken. De commissie is van oordeel dat de consulent dit voldoende heeft gemotiveerd en de arts deze motivatie ook bevestigd.
Nu de commissie ervan overtuigd is dat de consulent op basis van de omstandigheden van het geval het consult middels beeldbellen kon verrichten, is de commissie van oordeel dat de arts heeft voldaan aan de zorgvuldigheidseis dat ten minste één andere, onafhankelijke arts is geraadpleegd, die patiënt heeft gezien en schriftelijk haar oordeel heeft gegeven over de zorgvuldigheidseisen.
Na het bestuderen van het dossier is de commissie tot de conclusie gekomen dat ook aan de overige zorgvuldigheidseisen is voldaan en dat die geen nadere motivering behoeven. De commissie is van oordeel dat de arts tot de overtuiging kon komen dat er sprake was van een vrijwillig en weloverwogen verzoek van patiënt en van uitzichtloos en ondraaglijk lijden. De arts heeft patiënt voldoende voorgelicht over de situatie waarin hij zich bevond en over zijn vooruitzichten. De arts kon met patiënt tot de overtuiging komen dat er voor de situatie waarin hij zich bevond geen redelijke andere oplossing was. De arts heeft de levensbeëindiging op verzoek medisch zorgvuldig uitgevoerd.
Beslissing
De arts heeft gehandeld overeenkomstig de zorgvuldigheidseisen bedoeld in artikel 2, eerste lid, Wtl.