Regionale toetsingscommissies euthanasie

In Nederland is het gangbaar om euthanasie te omschrijven als 'handelen van een arts dat het leven van een patiënt op diens uitdrukkelijk verzoek beëindigt’.

Belangrijk daarbij zijn de vrijwilligheid en weloverwogenheid van het verzoek en het uitzichtloos en ondraaglijk lijden van de patiënt.

Bij euthanasie dient de arts de dodelijke middelen (euthanatica) toe aan de patiënt. Hulp bij zelfdoding houdt in dat de arts de euthanatica aanreikt aan de patiënt, die deze zelf inneemt.

Euthanasie is, evenals hulp bij zelfdoding, een strafbaar feit.
Er is echter geen sprake van een strafbare handeling als deze wordt verricht door een arts, die handelt volgens de wettelijke zorgvuldigheidseisen en hiervan melding maakt bij de gemeentelijke lijkschouwer.

De regionale toetsingscommissies euthanasie beoordelen of de arts die euthanasie uitvoerde of hulp bij zelfdoding verleende, zich heeft gehouden aan de zorgvuldigheidseisen.

De oordelen van de commissies dragen bij aan:
• Openheid over euthanasie;
• Inzicht in het aantal gemelde gevallen van euthanasie;
• Zorgvuldige besluitvorming rond het levenseinde;
• Zorgvuldige medische uitvoering van euthanasie en hulp bij zelfdoding.

Jaarverslag 2010
De vijf regionale toetsingscommissies euthanasie hebben in 2010 3136 meldingen van levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding ontvangen. Dit is een stijging van 19% ten opzichte van 2009. De stijging van het aantal meldingen die sinds 2006 is ingezet lijkt door te zetten. De oorzaak van deze toename is niet volledig bekend, maar het evaluatieonderzoek naar de werking van de euthanasiewet, dat in de tweede helft van 2012 afgerond zal zijn, zal onder meer dit onderwerp onderzoeken.
In 2910 gevallen ging het om levensbeëindiging op verzoek (euthanasie), in 182 gevallen om hulp bij zelfdoding en 44 keer betrof het een combinatie van beide. Dit blijkt uit het jaarverslag over 2010 van de regionale toetsingscommissies euthanasie dat vandaag is gepubliceerd. Lees verder...