Uitzichtloos en ondraaglijk lijden

Lijden is een breed begrip. Lijden kan het gevolg zijn van pijn en benauwdheid, overheersende uitputting en moeheid, lichamelijke achteruitgang, uitzichtloosheid, maar ook van een toenemende afhankelijkheid of een door de patiënt ervaren ontluistering of verlies van waardigheid.

Al in het Schoonheim-arrest uit 1984 oordeelde de Hoge Raad dat lijden kan bestaan uit (angst voor) steeds verdergaande ontluistering of uit het vooruitzicht niet meer waardig te kunnen sterven.

De lijdensdruk die de patiënt ervaart, heeft zelden slechts één dimensie. In de praktijk gaat het vrijwel altijd om een combinatie van facetten van lijden, waaronder de uitzichtloosheid, die de ondraaglijkheid daarvan bepalen. De arts moet dus alle aspecten onderzoeken die tezamen het lijden voor de patiënt ondraaglijk maken.

Noodzakelijk is dat de patiënt het lijden ervaart. Er kunnen zich situaties voordoen waarin de patiënt geen lijden meer ervaart, zoals bij coma, of waarin daarover twijfel bestaat, zoals bij verlaagd bewustzijn; bij palliatieve sedatie zijn beide situaties denkbaar.

Is de patiënt in een situatie komen te verkeren waarin hij het lijden niet (meer) ervaart, dan is inwilliging van een verzoek om euthanasie in beginsel niet mogelijk. Het feit dat de naasten van de patiënt diens situatie als ontluisterend ervaren, maakt dat niet anders.

Dat de patiënt het lijden ervaart, kan blijken uit wat hij erover zegt, maar ook uit andere uitingen of lichaamsreacties van de patiënt. In gevallen waarin de patiënt zijn lijden niet meer goed onder woorden kan brengen, dient de arts juist ook acht te slaan op andere signalen die iets kunnen zeggen over de lijdensdruk van de patiënt.

> zie nader over coma en verlaagd bewustzijn
> zie nader over de relatie tussen euthanasie en palliatieve sedatie