Latere fase dementie

De uitvoering van een euthanasieverzoek in de fase waarin het proces van dementering zodanig is voortgeschreden dat de patiënt niet langer wilsbekwaam is en ook niet meer kan communiceren (of uitsluitend nog door eenvoudige uitingen of gebaren) is mogelijk in gevallen waarin de patiënt, toen hij nog wilsbekwaam was, een schriftelijke wilsverklaring heeft opgesteld. In dergelijke gevallen nodigen de toetsingscommissies de arts standaard uit voor het komen geven van een mondelinge toelichting. De RTE hebben hiermee maar zeer beperkt ervaring: in 2016 drie casus en in 2017 drie casus.

Het moet gaan om een duidelijke verklaring, die onmiskenbaar van toepassing is op de ontstane situatie.

> Zie nader over de schriftelijke wilsverklaring

De arts zal dan het gehele ziekteproces en alle overige specifieke omstandigheden bij zijn overwegingen moeten betrekken. Het komt dan aan op het interpreteren van het gedrag en de uitingen van de patiënt, zowel gedurende het ziekteproces als vlak voor de uitvoering van de euthanasie. Op dat moment moet aannemelijk zijn dat uitvoering van de euthanasie in de lijn ligt van de eerdere schriftelijke wilsverklaring, en dat daarvoor geen contra-indicaties bestaan (zoals duidelijke tekenen dat de patiënt geen levensbeëindiging wil).

Voorts dient aannemelijk te zijn dat de patiënt op dat moment ondraaglijk lijden ervaart. Zoals eerder opgemerkt speelt bij het beoordelen daarvan de inhoud van de wilsverklaring een rol. Aan de overige  zorgvuldigheidseisen moet zoveel als feitelijk mogelijk is in de gegeven situatie voldaan zijn.