Informatie voor particulieren

De toetsingscommissies toetsen of een arts die levensbeëindiging op verzoek heeft uitgevoerd of hulp bij zelfdoding heeft verleend, zich aan de zorgvuldigheidseisen heeft gehouden.

Euthanasie en hulp bij zelfdoding is strafbaar

Euthanasie en hulp bij zelfdoding is strafbaar tenzij de arts dit meldt en correct uitvoering heeft gegeven aan de zorgvuldigheidseisen. Als de commissies aan het eind van de procedure tot het oordeel komen dat een uitvoering van euthanasie of hulp bij zelfdoding niet overeenkomstig de zorgvuldigheidseisen is gebeurd, wordt de melding doorgestuurd naar de Inspectie voor de Gezondheidszorg en Jeugd en het Openbaar Ministerie (OM). Het OM kan besluiten over te gaan tot strafrechterlijke vervolging.

Medewerking euthanasieverzoek door arts

Het besluit om over te gaan tot levensbeëindiging op verzoek of hulp bij zelfdoding is een besluit van arts en patiënt gezamenlijk.  Een arts kan om verschillende redenen geen medewerking verlenen aan een verzoek om euthanasie of hulp bij zelfdoding. De arts kan bijvoorbeeld euthanasie en hulp bij zelfdoding vanuit morele beweegredenen afwijzen. Of hij kan in een concreet geval van mening zijn dat er nog niet aan de zorgvuldigheidseisen is voldaan. In de WTL worden de zorgvuldigheidseisen beschreven. Aan de hand van deze criteria toetsen de commissies of de uitvoerend arts heeft gehandeld volgens de wet.

Wanneer zijn afwijzing vanwege morele beweegredenen is moet de arts dit tijdig aan de patiënt laten weten zodat deze zich tot een andere arts kan wenden. De arts kan helpen bij het doorverwijzen naar een collega.

Het Expertisecentrum Euthanasie verleent zorg aan patiënten die bij hun eigen behandelaar niet terecht kunnen en begeleidt artsen bij euthanasietrajecten van hun patiënten.
De NVVE geeft voorlichting en informatie over euthanasie en hulp bij zelfdoding en verstrekt wilsverklaringen.

Euthanasie en hulp bij zelfdoding

Bij euthanasie, dat wil zeggen levensbeëindiging op verzoek, is sprake van een actieve handeling van de arts die de euthanatica, meestal intraveneus, toedient aan de patiënt. Van hulp bij zelfdoding is sprake als de arts het drankje aan de patiënt overhandigt en de patiënt dit middel zelf opdrinkt.

In het geval van levensbeëindiging op verzoek gaat de genoemde richtlijn uit van de intraveneuze toediening van een middel dat een diepe coma opwekt, gevolgd door de intraveneuze toediening van een spierverslappend middel.

De arts moet bij de patiënt of  in zijn directe omgeving aanwezig blijven totdat deze is overleden. Het is immers mogelijk dat  zich complicaties voordoen. Bijvoorbeeld dat patiënt de drank weer uitbraakt of het overlijden lang op zich laat wachten. De arts kan dan – alsnog – euthanasie toepassen. De arts moet deze mogelijke gebeurtenissen van te voren met patiënt en familie bespreken. De arts mag de euthanatica niet bij de patiënt achterlaten. Dat kan gevaar opleveren, ook voor anderen dan de patiënt.

Jaarverslagen en Euthanasiecode

Jaarlijks brengen de toetsingscommissies een verslag uit waarin zij over hun werk verantwoording afleggen aan politiek en maatschappij. Jaarverslagen vanaf 2002 kunt u hier inzien.

In de EuthanasieCode 2018 wordt de toetsingspraktijk toegelicht.