Verantwoordelijkheid van de arts in relatie tot de consulent

De arts moet, voor hij definitief besluit tot uitvoering, kennis nemen van de bevindingen van de consulent. De arts  moet het oordeel van de consulent zwaar laten wegen.

Bij een verschil van mening tussen de arts en de consulent, kan de arts besluiten het verzoek van de patiënt niettemin te honoreren. Dat besluit zal de arts wel afdoende moeten kunnen motiveren. Bij een verschil van inzicht tussen de arts en de consulent kan de arts ook een andere consulent benaderen.

Het is overigens niet de bedoeling dat de arts net zo lang zoekt tot hij een consulent treft die het met hem eens is (zie onderdeel 23 van de KNMG-richtlijn Goede steun en consultatie bij euthanasie (2011).

Een arts die meerdere consulenten heeft geraadpleegd, behoort alle consultatieverslagen via de lijkschouwer aan de commissie te verstrekken. De arts heeft groot belang bij een degelijk en volledig consultatieverslag. SCEN heeft een leidraad voor het consultatieverslag opgesteld (2015).

Soms staat de kwaliteit daarvan ter discussie, bijvoorbeeld omdat een consulent niet alle zorgvuldigheidseisen heeft beoordeeld, omdat hij zijn conclusies niet voldoende onderbouwt of omdat zijn verslag innerlijk tegenstrijdig is. Een voorbeeld van zo’n tegenstrijdigheid is dat de consulent in zijn verslag aangeeft dat de patiënt nog niet ondraaglijk lijdt of nog geen concreet verzoek heeft gedaan, maar toch concludeert dat aan alle zorgvuldigheidseisen is voldaan.

De arts moet er op toezien dat het verslag van de consulent toereikend is. Op hem rust immers de plicht om  aannemelijk te maken dat aan alle zorgvuldigheidseisen is voldaan. Is het verslag van de consulent niet van voldoende
kwaliteit, dan kan het nodig zijn dat de arts de consulent daarover bevraagt. De arts kan daarbij zo nodig verwijzen naar de richtlijnen die door KNMG/SCEN zijn opgesteld met betrekking tot de verantwoordelijkheden en de rapportage van de consulent.