Opnieuw raadplegen van de consulent

Het is niet uitzonderlijk dat er enige tijd is gelegen tussen het bezoek van de consulent aan de patiënt en de uitvoering van het euthanasieverzoek.

Doorgaans is dat geen probleem. De wet zegt niets over de ‘houdbaarheidsduur’ van een consulentenrapport. In het algemeen kan worden gesteld dat het verslag van toepassing blijft zolang de omstandigheden van de patiënt niet wezenlijk veranderen en het ziekteproces verloopt zoals verwacht. Daarbij zal het vaker gaan om dagen of weken dan om maanden.

Naarmate de termijn tussen het bezoek van de consulent en de uitvoering van de euthanasie langer is, ligt een nieuw contact tussen arts en consulent meer voor de hand, en zal het uitblijven daarvan bij de commissies vragen oproepen.

Soms zal de consulent de patiënt een tweede keer moeten bezoeken. Soms zal met een telefonisch contact tussen arts en consulent, dan wel tussen consulent en patiënt, kunnen worden volstaan. Precieze normen hiervoor zijn niet te geven. Dit is ter beoordeling van de arts, in het licht van de eerdere bevindingen van de consulent en de ontwikkelingen die zich nadien met betrekking tot de patiënt voordoen.

De arts zal dit zo nodig wel aan de commissie moeten kunnen uitleggen. Het komt regelmatig voor dat de consulent de patiënt bezoekt terwijl het verzoek nog niet actueel is en het lijden nog (net) niet ondraaglijk. De consulent zal in dergelijke gevallen tot het oordeel moeten komen dat nog niet aan alle zorgvuldigheidseisen is voldaan. In bepaalde gevallen kan de consulent vrij nauwkeurig aangeven wat het te verwachten beloop is en wanneer aan alle eisen zal zijn voldaan.

Ook in dergelijke gevallen kan meestal worden volstaan met een telefonisch contact tussen arts en consulent op het moment dat het verzoek actueel is geworden en het lijden ondraaglijk. Indien de situatie minder eenduidig is, ligt een nieuw bezoek van consulent aan patiënt in de rede. In sommige gevallen kan worden volstaan met een telefonisch contact tussen consulent en patiënt.

Een tweede bezoek van de consulent aan de patiënt zal doorgaans nodig zijn:

- als de consulent in een vroeg stadium de patiënt bezocht en vaststelde dat van ondraaglijk lijden nog geen sprake was;
- als de consulent wel vaststelde dat aan de eisen was voldaan, maar het tijdsverloop tussen de consultatie en de uitvoering lang is, of sprake is van ontwikkelingen die ten tijde van het opstellen van het verslag niet voorzien waren.

Als contact met de betreffende consulent niet mogelijk is, kan een andere consulent worden geraadpleegd. In beginsel zal ook die zelf de patiënt moeten zien en zo mogelijk spreken. Ook van zo’n tweede contact dient verslag te worden gedaan, eventueel als addendum bij het eerste verslag.