Coma/verlaagd bewustzijn ontstaat voor het voorgenomen moment van uitvoering

Een problematische situatie kan ontstaan als de patiënt voor het voorgenomen moment van uitvoering van de euthanasie in een coma of een toestand van verlaagd bewustzijn raakt. Dit roept de vraag op of de uitvoering van de euthanasie nog wel mogelijk is. Daarbij moet worden onderscheiden tussen verschillende situaties.

Coma/verlaagd bewustzijn is irreversibel of reversibel

  • coma is irreversibel (door ziekte ontstaan, niet op te heffen).

De patiënt kan in de laatste fase van zijn ziekteproces spontaan in een coma raken. Omdat hij in die situatie geen lijden meer kan ervaren, kan de euthanasie, ook al heeft de arts zich daartoe eerder bereid verklaard, geen doorgang vinden.

  • verlaging van het bewustzijn is irreversibel (door ziekte ontstaan, niet op te heffen), er zijn wel tekenen van (mogelijk) lijden.

De patiënt kan spontaan in een niet op te heffen situatie van verlaagd bewustzijn geraken, terwijl er nog wel tekenen van (mogelijk) lijden zijn. In het bijzonder kreunen, benauwdheid met of zonder stridor, en grimassen op het gezicht. Additionele symptomen kunnen onrust, verwardheid en (fecaal) braken zijn (zie KNMG-richtlijn, Euthanasie bij een verlaagd bewustzijn. Utrecht, 2010, p. 280). In deze situatie kan de arts de euthanasie wel uitvoeren. Zijn er geen tekenen van (mogelijk) lijden dan is euthanasie niet mogelijk.

  • coma of verlaging van het bewustzijn is reversibel (door medicatie ontstaan, door staken van medicatie op te heffen).

Is het coma of de toestand van verlaagd bewustzijn niet spontaan ontstaan, maar door medicatie veroorzaakt, dan zou, om te kunnen controleren of de patiënt nog lijden ervaart, het coma of de verlaging van het bewustzijn kunnen worden opgeheven. Dat is naar de mening van de commissies inhumaan. In deze situatie kan de arts de euthanasie uitvoeren indien de patiënt eerder, mondeling of in een schriftelijke wilsverklaring, om uitvoering van euthanasie heeft verzocht. Een reversibel coma en een reversibele toestand van verlaagd bewustzijn (ook zonder tekenen van mogelijk lijden) behoeven niet te worden opgeheven met het enkele doel om de patiënt de ondraaglijkheid van het lijden tegenover de arts en/of de consultent te laten bevestigen.

Coma/toestand verlaagd bewustzijn ontstaat voor of na consultatie

  • reversibel coma of verlaging van het bewustzijn ontstaat voordat consultatie heeft plaatsgevonden.

De patiënt kan ook in een situatie van verlaagd bewustzijn of reversibel coma geraken, vóórdat de consulent hem heeft kunnen zien. In dat geval kan de consulent niet meer met de patiënt communiceren en zal hij zijn oordeel met betrekking tot het verzoek moeten baseren op informatie van de arts, een eventuele schriftelijke wilsverklaring, het medisch dossier en informatie van anderen.

Zijn oordeel over het lijden van de patiënt zal de consulent moeten baseren op zijn eigen observatie, het patiëntenjournaal en de mondelinge informatie van de arts maar ook op informatie van anderen, zoals  specialistenbrieven en informatie van naasten of verzorgenden. In deze situatie is een schriftelijke wilsverklaring niet vereist.

  • reversibel coma of verlaging van het bewustzijn ontstaat nadat consultatie heeft plaatsgevonden.

Heeft de consulent de patiënt bezocht en met hem kunnen communiceren vóór een situatie ontstond van verlaagd bewustzijn of van reversibel coma, dan hoeft na het ontstaan van deze situatie de consulent in beginsel niet opnieuw te worden ingeschakeld. Ook al is de patiënt ten tijde van de uitvoering van de euthanasie niet meer in staat zijn wil te uiten, een schriftelijke wilsverklaring is in deze situatie evenmin vereist. (zo ook KNMG-richtlijn, Euthanasie bij een verlaagd bewustzijn. Utrecht, 2010).