Wijze van toetsen

Jaarverslag RTE 2025

Meldingsplicht arts

Een arts die euthanasie heeft verleend, is wettelijk verplicht dit te melden bij de gemeentelijk lijkschouwer. Die stuurt de melding en de bijbehorende stukken, meestal via tussenkomst van een Gemeentelijke Gezondheidsdienst, door naar de RTE. Het door de arts aangeleverde dossier bestaat in hoofdzaak uit een verslag van de uitvoerend arts, een verslag van de als onafhankelijk arts geraadpleegde consulent, delen van het medisch dossier van de patiënte zoals specialistenbrieven, een schriftelijk euthanasieverzoek van de patiënte als dat aanwezig is en een verklaring van de gemeentelijk lijkschouwer.

Als de melding afkomstig is van Expertisecentrum Euthanasie (EE) of een ambulante arts die geen behandelrelatie had met de patiënte, levert de arts ook verslagen aan van gesprekken die zij over het euthanasieverzoek met de patiënte heeft gevoerd. De onafhankelijke arts is bijna altijd een arts die geraadpleegd is via het programma Steun en Consultatie bij Euthanasie in Nederland (SCEN) van artsenfederatie KNMG.

Toetsing op wettelijke zorgvuldigheidseisen

Bij het toetsen baseert de RTE zich op de wet, de wetsgeschiedenis, de relevante jurisprudentie en de EuthanasieCode die is opgesteld op basis van eerdere beslissingen van de RTE. Verder houden de commissies rekening met richtlijnen van beroepsgroepen die zijn opgenomen in de EuthanasieCode en met beslissingen van het Openbaar Ministerie (OM) en de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ).

De commissie beoordeelt of de uitvoerend arts heeft voldaan aan de zes zorgvuldigheidseisen die de Wet toetsing levensbeëindiging (Wtl) in artikel 2 lid 1 stelt.

De RTE beoordeelt niet alle zorgvuldigheidseisen op dezelfde manier. De RTE oordeelt of vast is komen te staan dat is voldaan aan het vereiste van: (c) voorlichting, (e) consultatie en (f) een medisch zorgvuldige uitvoering. Het gaat om zaken die feitelijk zijn na te gaan. De overige drie zorgvuldigheidseisen schrijven voor dat de arts tot de overtuiging is gekomen dat sprake was van: (a) een vrijwillig en weloverwogen verzoek, (b) uitzichtloos en ondraaglijk lijden en dat (d) een redelijke andere oplossing ontbreekt.

Gekeken naar de formulering van deze laatste drie zorgvuldigheidseisen (waardoor de arts ‘de overtuiging heeft gekregen’) is aan de arts een zekere beoordelingsruimte gelaten. Bij de toetsing beoordeelt de commissie hoe de arts het onderzoek naar de feiten heeft gedaan, hoe zij haar besluitvorming heeft gemotiveerd en zo in redelijkheid tot de overtuiging heeft kunnen komen dat aan deze drie zorgvuldigheidseisen is voldaan. Het verslag van de consulent draagt vaak bij aan deze onderbouwing.

Meldingen selecteren

De RTE hanteert de volgende werkwijze bij de beoordeling van een melding, die ook is terug te zien in de schema’s.

Een secretaris van de RTE selecteert eerst een binnengekomen melding. De secretaris bekijkt of het een ‘niet vragen oproepende melding’ (NVO) betreft of een ‘vragen oproepende melding’ (VO). Dit is geen oordeel van de commissie maar een voorlopig advies van de secretaris. In 2025 selecteerde de secretaris 95,29% van het aantal ontvangen meldingen als NVO.

Vervolgens beoordeelt de commissie de melding.

Doorlooptijden

Het duurde in 2025 gemiddeld 37 dagen voordat een oordeel over een ontvangen melding werd verstuurd. Dat is binnen de termijn van maximaal tweemaal zes weken, zoals vastgesteld in artikel 9, eerste lid, Wtl.

Deze gemiddelde doorlooptijd geeft niet een volledig beeld, omdat die tot de zomer langer was dan daarna. Dit is ontstaan doordat de RTE in de eerste helft van 2025 de achterstand van 2024 moest inlopen. De doorlooptijd in de eerste zes maanden was 42 dagen. De doorlooptijd in de tweede helft van het jaar bedroeg 32 dagen.