Mr. Mariëtte Moussault, voorzitter RTE

Voorwoord

Jaarverslag RTE 2025

Mr. Mariëtte Moussault, coördinerend voorzitter RTE

Dit is het jaarverslag van de Regionale Toetsingscommissies Euthanasie (hierna: RTE) over 2025. Voor het eerst is dit jaarverslag uitsluitend digitaal. Nieuw is ook dat enkele leden en medewerkers aan het woord komen over de werkzaamheden bij de RTE. Onveranderd is dat de RTE streeft naar een inhoudelijk objectief jaarverslag, door cijfers te presenteren zonder in te gaan op oorzaken.

Een zo objectief mogelijk jaarverslag presenteren is iets anders dan een compleet beeld geven van de euthanasiepraktijk in Nederland in 2025. Daarvoor zijn ook cijfers van andere organisaties en instanties nodig die zich bezighouden met euthanasie. In dit jaarverslag vindt u bijvoorbeeld geen informatie over het aantal keer dat een euthanasie niet is ingewilligd in 2025. Dat komt misschien wel vaker voor dan het aantal keer dat euthanasie uiteindelijk wel wordt verleend.

In dit jaarverslag vindt u ook niet de mogelijke oorzaken achter de verschillende cijfers. Al jaren stijgt het aantal meldingen van euthanasie, maar dit jaar is die stijging lager dan voorgaande jaren. Het aantal meldingen van euthanasie met als grondslag psychiatrie zowel bij jongeren als bij ouderen is lager. Het aantal meldingen van euthanasie wegens dementie is gestegen. Ook is er een stijging te zien van het aantal meldingen van duo-euthanasie. De veranderingen kunnen een specifieke oorzaak hebben, een combinatie van oorzaken of het kan puur toeval zijn. Het is niet aan de RTE om daarover te speculeren.

Zelfs met alle cijfers van alle organisaties en alle antwoorden op de waarom vragen is er nog steeds geen compleet beeld van de gehele euthanasiepraktijk. De cijfers en oorzaken zeggen namelijk niets over de emoties en gevoelens die gepaard gaan met het verlenen of weigeren van euthanasie. Emoties van patiënten, nabestaanden en niet in de laatste plaats van betrokken artsen. Emoties laten zich lastig vangen in cijfers maar zijn niet los te denken van een euthanasietraject.

Patiënten die in aanmerking willen komen voor euthanasie (het is geen recht) moeten in elk geval de arts die de euthanasie verleent en de arts die ter consultatie wordt geraadpleegd overtuigen van de uitzichtloosheid van hun lijden. Dat levert regelmatig ontroerende gesprekken op over bijvoorbeeld de soms jarenlange fysieke of mentale pijn, de angst voor verdere aftakeling of de zorg om een partner of kind achter te moeten laten. De inhoud van deze gesprekken is vaak treffend verwoord in de dossiers die RTE-leden bestuderen voordat ze tot een oordeel komen.

Voor verreweg de meeste artsen is het geen sinecure om euthanasie te verlenen. Een huisarts tekende ooit in het verslag op: “Hij was één van mijn leukste patiënten, ik zal hem missen.” Toch heeft deze arts zijn patiënt geholpen. Daarbij heeft de arts zich bij de beslissing om wel of geen euthanasie te verlenen niet laten leiden door emoties. Er zijn objectieve criteria waaraan moet zijn voldaan voordat euthanasie is toegestaan. De RTE-medewerkers en -leden die de dossiers voorbereiden en beoordelen, lezen over de pijn, de uitzichtloosheid en de angst. Tegelijkertijd moeten ook zij ieder dossier zakelijk en objectief beoordelen volgens de wettelijke criteria. Los van emoties.

Euthanasie roept niet alleen emoties op bij betrokkenen maar ook in de maatschappij. Begrijpelijk, het gaat over leven en dood. Evenzeer is het begrijpelijk dat in de media verschillende meningen worden gegeven over euthanasie. Het is belangrijk dat er ruimte is voor debat. Als echter emoties in het debat de overhand nemen is het goed om terug te kunnen grijpen op feiten en cijfers. Die cijfers liggen nu voor u.

Mariëtte Moussault

Coördinerend voorzitter RTE