Mr. Miriam Saridi en Mr. Richard Coenraad
Interview

Interview - Ontwikkelingen op het secretariaat

Mr. Richard Coenraad en mr. Miriam Saridi

In 2025 startte Richard Coenraad als algemeen secretaris bij de RTE. Miriam Saridi is secretaris sinds 2021. Ze kijken terug op een jaar vol ontwikkelingen binnen het secretariaat van de RTE.

Achterstanden weggewerkt

Allereerst is het secretariaat van de RTE met acht nieuwe collega’s nu volledige bemenst. Richard Coenraad: “Met elkaar hebben we de achterstanden die in 2024 zijn ontstaan, kunnen wegwerken: in 2025 zijn vóór de meldingen van dat jaar eerst alle meldingen verwerkt die in 2024 waren blijven liggen.”

Om dit voor elkaar te krijgen, is prioriteit gegeven aan de selectie van meldingen. Miriam Saridi: “We hebben twee maanden lang alle commissievergaderingen geannuleerd, de publicaties van oordelen tijdelijk stopgezet en de theoretisch inhoudelijke werkzaamheden bijna een jaar stilgelegd. Dit gaf secretarissen de tijd om zich volledig te richten op het selecteren van meldingen en daarmee zo snel mogelijk artsen van een oordeel te voorzien. De RTE is nu druk bezig met het inlopen van de achterstanden in de werkzaamheden die in 2025 zijn stilgelegd.”

Termijn voor ontvangen van oordeel

De RTE gaat ervan uit dat artsen dan ook niet meer lang hoeven te wachten op het oordeel over hun melding, zegt Coenraad. “Zes weken is de wettelijke termijn voor het uitsturen van het oordeel van de RTE naar de arts. Voor de niet vragen oproepende meldingen, de NVO, halen we die termijn weer.”

Een deel van de meldingen roept wel direct vragen op. Dit wordt opgemerkt door de secretaris die verantwoordelijk is voor de eerste selectie van meldingen. “Dat gebeurt bijvoorbeeld wanneer er twijfel is over het volgen van één of meerdere van de zorgvuldigheidseisen door de arts”, vertelt Saridi. “We kunnen de termijn van zes weken verlengen met nog eens zes weken. Voor deze vragen oproepende meldingen (VO) houden we dan ook een maximale termijn van twaalf weken aan voor een oordeel."

In sommige gevallen duurt het langer dan twaalf weken voordat de arts het oordeel krijgt thuisgestuurd. Coenraad: “Bijvoorbeeld als de commissie de arts om een nadere toelichting moet vragen. Of wanneer het gaat om een voorgenomen oordeel ‘onzorgvuldig’, als een arts is afgeweken van de EuthanasieCode, of als een nieuw juridisch kader nodig is. In zo’n geval lichten we de arts daarover in, zodat ze weet waar ze aan toe is. Daarnaast zetten we zo’n melding in de online discussieruimte van de RTE, om hem te kunnen bespreken met leden van de andere regio’s.”

Publicatie van praktijkvoorbeelden

Enkele tientallen oordelen zijn in 2025 zoals gebruikelijk door de RTE gepubliceerd op de website, vertelt Coenraad. “Een deel daarvan betreft vragen oproepende meldingen. Artsen die zich bezighouden met euthanasie kunnen deze oordelen gebruiken om van te leren, omdat het meldingen zijn die niet standaard zijn.”

Saridi voegt toe: “Daarnaast hebben we als beleid om, ten behoeve van de transparantie, alle oordelen te publiceren van euthanasie bij niet-wilsbekwame patiënten met dementie en bij jonge patiënten met psychiatrische aandoeningen.”

In de praktijk bleek het voor artsen lastig om de oordelen te lezen. Coenraad: “In 2025 heeft de RTE daarom een nieuwe vorm gevonden voor het publiceren van deze praktijkvoorbeelden. Een inhoudelijke kop, een (samenvattende) introductie-alinea en het gebruik van uitklapvelden maken de oordelen beter toegankelijk voor lezers.”

Cijfers beter vergelijkbaar

Als maatschappelijke organisatie wil de RTE bijdragen aan het toegankelijk maken van de cijfers over euthanasie. Daarom is het verloop van de cijfers van de afgelopen vijf jaar in kaart gebracht. Coenraad: “We maken die inzichtelijk via diagrammen op de website. Dit onder meer vanwege vragen die binnenkwamen uit de politiek en media.”

Er is voor gekozen om voortaan dezelfde leeftijdscategorieën aan te houden als in 2024. De jongste twee leeftijdsgroepen zijn die tot en met 17 jaar en van 18 tot en met 29 jaar. “Eenduidige leeftijdscategorieën maken het beter mogelijk om jaarcijfers met elkaar te vergelijken”, zegt Coenraad. “Daarmee reageert de RTE op een wens die leeft in de samenleving.”