Interview

Interview - "Begin opnieuw als de uitvoering anders gaat dan verwacht"

Hilda Tjeerdsma - arts-lid RTE en lid Dagelijks Bestuur

Sinds 1 juli 2025 hanteert de RTE de zogenoemde 30-minutenregel. De belangrijkste boodschap: als er onverhoopt iets misgaat met de uitvoering van euthanasie, moet de arts de hele procedure opnieuw doen. Arts-lid van de RTE Hilda Tjeerdsma geeft een toelichting op de juiste procedure en op de reden voor het opstellen van de regel.

In onverwachte situaties Richtlijn soms niet meer gevolgd

Tjeerdsma vertelt over de aanleiding om de 30-minutenregel te introduceren. “Uit de KNMG/KNMP Richtlijn over de uitvoering van euthanasie volgde al dat een euthanasie die probleemloos verloopt, niet lang duurt. Soms doen zich echter onverwachte problemen voor: de patiënt raakt niet in een adequate bewustzijnsverlaging door de coma-inductor of overlijdt niet na de spierverslapper. Dit kan ook voorkomen bij artsen die al veel ervaring hebben met euthanasie. De Richtlijn is duidelijk: start als dit zich voordoet de hele procedure opnieuw. Maar in de hectiek van dat moment neemt de arts soms een beslissing die niet volgens de Richtlijn is.”

Awareness als risico van verkeerd aangelegd infuus

De oorzaak van dit soort onverwachte situaties tijdens de uitvoering is meestal dat de infuusnaald ongemerkt niet of niet meer in het bloedvat zit. Tjeerdsma: “De coma-inductor komt dan niet in het bloedvat terecht, maar onder de huid. Dat zie je lang niet altijd als een zwelling, waardoor de arts soms denkt dat het niet aan de infuusnaald kan liggen.  De coma-inductor verspreidt zich via deze subcutane weg veel langzamer door het lichaam dan normaal. Daardoor wordt, op een later moment dan normaal, een lagere piekconcentratie in de hersenen bereikt.” De patiënt komt dan alsnog, maar na langere tijd, in een verlaagd bewustzijn. En de arts kan denken dat de uitvoering toch goed is gegaan.

Maar het verlaagde bewustzijn dat op deze manier ontstaat, is minder diep en houdt minder lang aan. Tjeerdsma vertelt wat daarvan de mogelijke gevolgen zijn: “Wanneer vervolgens de spierverslapper wordt toegediend, bestaat het risico dat de patiënt net weer bij bewustzijn komt. Zij kan dan bewust meemaken dat de spieren in het lichaam verslappen, zonder dat zij dit kan aangeven aan de arts omdat ze haar spieren niet meer kan bewegen. Omdat ook de ademhalingsspieren verslappen, kan de patiënt het gevoel hebben te stikken.

Deze awareness van de patiënt van de uitvoering moeten we te allen tijde zien te voorkomen, aldus Tjeerdsma. “Daarom geeft de KNMG/KNMP Richtlijn ook aan: start bij onverwachte situaties tijdens de uitvoering opnieuw, te beginnen met een nieuwe infuusnaald. De RTE sluit zich daarbij aan.”

Ook toevoeging aan Richtlijn

Eind 2025 is ook de KNMG/KNMP Richtlijn Uitvoering euthanasie en hulp bij zelfdoding op dit punt aangepast in een nieuwe paragraaf 3.6. De boodschap van de Richtlijn is, conform de EuthanasieCode: begin opnieuw als het bewustzijn van de patiënt niet binnen tien minuten na toedienen van een volledige dosering coma-inductor adequaat is verlaagd, of als de ademhaling niet stopt binnen tien minuten na toedienen van de spierverslapper.

Tjeerdsma: “Wanneer artsen deze heldere toevoeging in de KNMG/KNMP Richtlijn volgen, is de kans minimaal dat de RTE de medische uitvoering als onzorgvuldig moet beoordelen op basis van de 30-minutenregel. Want de kans is dan klein dat meer dan dertig minuten verstrijken tussen de toediening van de eerste coma-inductor en de spierverslapper die tot het overlijden leidt.”*

* Behalve wanneer in de tussentijd een coma-inductor via een nieuw, werkend infuus is toegediend.