Home > Zorgvuldigheidseisen > Verzoek

Eis 1: verzoek

De arts heeft de overtuiging gekregen dat er sprake was van een vrijwillig en weloverwogen verzoek van de patiënt.

Het verzoek moet vrijwillig en weloverwogen zijn. Dit veronderstelt wilsbekwaamheid van de patiënt, met andere woorden deze moet in staat worden geacht zijn wil te bepalen. Een verzoek is bijvoorbeeld niet vrijwillig als dit wordt ingegeven door een (psychiatrische) stoornis die de vrije wil van de patiënt belemmert. Ook is er geen sprake van een vrijwillig verzoek als dit onder druk of invloed van anderen is geuit. Hoewel de familie en vaak ook het verplegende en verzorgende personeel worden betrokken bij het verzoek van de patiënt, is het niet vereist dat zij ermee instemmen. Het verzoek van de patiënt staat centraal. Om een weloverwogen verzoek te kunnen doen is het van belang dat de patiënt volledig inzicht heeft in de gestelde diagnose, zijn ziekte, de prognose en de behandelmogelijkheden.

Schriftelijke vastlegging van het verzoek door de patiënt is geen wettelijke eis, maar kan extra duidelijkheid verschaffen. Een schriftelijke wilsverklaring is pas onmisbaar wanneer een patiënt niet meer in staat is een euthanasieverzoek te uiten.

De wet biedt de arts de mogelijkheid om op grond van een schriftelijke wilsverklaring een euthanasieverzoek van de patiënt te honoreren indien deze op het moment van de uitvoering niet meer in staat is zijn wil te uiten. Deze schriftelijke wilsverklaring dient te zijn opgesteld in de periode dat de patiënt wilsbekwaam was. Om zo een verzoek te mogen honoreren, moet de arts wel nagaan of ook aan de overige zorgvuldigheidseisen is voldaan.

Verzoek van een minderjarige
Alleen een wilsbekwame patiënt kan de arts om euthanasie of hulp bij zelfdoding vragen. Er is geen ruimte voor een plaatsvervangend verzoek van ouders of wettelijke vertegenwoordigers van de patiënt. De wet biedt de mogelijkheid aan minderjarigen vanaf twaalf jaar de arts om euthanasie te vragen.
De wet maakt onderscheid in twee leeftijdscategorieën. Bij een euthanasieverzoek van patiënten van twaalf tot zestien jaar is instemming van de ouders of voogd vereist. Zestien- en zeventienjarigen doen dit verzoek in beginsel zelfstandig, maar hun ouders of voogd moeten wel in de besluitvorming worden betrokken.

Levensbeëindigend handelen bij minderjarigen onder de leeftijd van twaalf jaar wordt gezien als levensbeëindiging zonder verzoek. Het valt buiten het bereik van de wet (WTL). De gemeentelijke lijkschouwer zal dergelijke meldingen rechtstreeks doorsturen naar het Openbaar Ministerie.