Regionale toetsingscommissies euthanasie. Ga naar hoofdmenu.

10-10-2005

Uitvoering

Euthanasie, waarbij de arts zelf het leven van de patiënt beëindigt, wordt uitgevoerd met twee achtereenvolgende injecties. Eerst spuit de arts een hoge dosis van een narcosemiddel in een ader. Nadat het coma is ingetreden spuit de arts een spierverslapper in een driemaal hogere dosis dan voor normaal gebruik in een ader. De dood treedt in als de ademhaling en het hart ermee stoppen.

Bij hulp bij zelfdoding reikt de arts in veruit de meeste gevallen een drankje aan de patiënt aan dat bestaat uit een forse overdosering barbituraat in combinatie met suikersiroop en alcohol. Na het innemen van het drankje vallen de patiënten in slaap. Zij sterven doordat het hart en de ademhaling ermee stoppen. Belangrijk is dat de arts bij de patiënt aanwezig is als de drank wordt ingenomen tot het moment van overlijden. Mogelijk is immers dat patiënt de drank weer uitbraakt. De arts kan dan - alsnog - euthanasie toepassen. Ook het zonder toezicht achterlaten van de middelen voor hulp bij zelfdoding kan gevaar opleveren en is niet medisch zorgvuldig.

De eis van de medisch zorgvuldige uitvoering omvat in de eerste plaats de medisch-technische correcte toediening van de juiste middelen. In de tweede plaats moet de levensbeëindiging door de arts zelf worden uitgevoerd. De daarvoor vereiste handelingen mogen niet aan verpleegkundigen worden overgelaten.

Voor de methode, de middelen en de dosering wordt het advies van de Koninklijke Nederlandse Maatschappij voor Pharmacie (KNMP) gevolgd. Dit advies is opgenomen in de Standaard Euthanatica (2007).



Hoofdmenu

Wetgeving
Home > Wetgeving > Zorgvuldigheidseisen > Uitvoering