3-10-2005
Zorgvuldigheidseisen
Euthanasie en hulp bij zelfdoding blijven nog steeds opgenomen in het Wetboek van Strafrecht. Het feit is echter niet strafbaar als een arts zijn handelen meldt aan de gemeentelijke lijkschouwer en zich houdt aan de in de wet omschreven zorgvuldigheidseisen. De gemeentelijke lijkschouwer verricht de uitwendige lijkschouw en verifieert hoe en met welke middelen het leven is beëindigd. Vervolgens zendt hij de verplichte en overige relevante stukken aan één van de regionale toetsingscommissies. De commissie beoordeelt op basis van de ingekomen stukken of de arts heeft gehandeld conform de vastgestelde zorgvuldigheidseisen.
De zorgvuldigheidseisen houden in dat de arts:
- de overtuiging heeft gekregen dat er sprake is van een vrijwillig en weloverwogen verzoek van de patiënt;
- de overtuiging heeft gekregen dat er sprake is van uitzichtloos en ondraaglijk lijden van de patiënt;
- de patiënt heeft voorgelicht over de situatie waarin deze zich bevindt en over diens vooruitzichten;
- met de patiënt tot de overtuiging is gekomen dat er voor de situatie waarin deze zich bevindt geen redelijke andere oplossing is;
- ten minste één andere, onafhankelijke arts raadpleegt, die de patiënt ziet en schriftelijk zijn oordeel geeft over de bovengenoemde zorgvuldigheidseisen;
- de levensbeëindiging of hulp bij zelfdoding zorgvuldig uitvoert.
De inhoud die in de praktijk aan deze zorgvuldigheidseisen moet worden gegeven is niet in de wettekst te vinden. Maatgevend daarvoor is de betekenis die in de loop der tijd door de beroepsgroep en in rechterlijke uitspraken aan die vereisten is gegeven. Bepalend is of de arts heeft gehandeld "naar wetenschappelijk verantwoord medisch inzicht en naar in de medische ethiek geldende normen".