3-10-2005
Kernbegrippen
Euthanasie
In Nederland is het gangbaar om euthanasie te omschrijven als 'handelen dat het leven van een ander op diens uitdrukkelijk verzoek beëindigt'. Deze omschrijving wordt ook in het Wetboek van Strafrecht (art. 293) gebruikt.
Hulp bij zelfdoding
Van hulp bij zelfdoding is sprake bij het 'door een ander verschaffen van middelen voor de zelfdoding'. In het Wetboek van Strafrecht is de zelfdoding niet strafbaar gesteld, maar de hulp bij zelfdoding wel (art. 294).
Sedert de invoering van de Wet toetsing levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding op 1 april 2002 is er in deze beide artikelen een bijzondere strafuitsluitingsgrond opgenomen die maakt dat het feit niet strafbaar is wanneer het is begaan door een arts die zich houdt aan de zorgvuldigheidseisen als omschreven in art. 2 van de Wet toetsing levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding en zijn handelen meldt aan de gemeentelijke lijkschouwer
Palliatieve sedatie
Het opzettelijk verlagen van het bewustzijn van de patiënt in de laatste levensfase. De KNMG richtlijn palliatieve sedatie is op de KNMG site te vinden.
Het verschil met andere beslissingen met betrekking tot het levenseinde
Euthanasie en hulp bij zelfdoding door een arts moeten worden onderscheiden van diverse andere beslissingen van een arts met betrekking tot het levenseinde (die onder normaal medisch handelen vallen) namelijk:
- het behandelverbod; daarvan is sprake als een wilsbekwame patiënt geen toestemming geeft voor het inzetten of voortzetten van een medische behandeling. Een arts moet dat respecteren, ook als die weigering het overlijden van de patiënt tot gevolg heeft of bespoedigt;
- het staken of nalaten van een medisch zinloze behandeling; het gaat daarbij primair om een medisch oordeel over de zin van een verdere behandeling. Voor de arts is in een dergelijke situatie overleg met collega’s van belang om het oordeel zoveel mogelijk te objectiveren;
- pijnbestrijding met als neveneffect een bespoediging van het overlijden; het doel is dan primair een adequate en proportionele pijnbestrijding, waarvoor de patiënt de toestemming heeft gegeven. De levensbekorting is een (onbedoeld) neveneffect dat als risico aanvaardbaar wordt geacht.