Home > Over de toetsingscommissies > Richtlijnen en werkwijze

Richtlijnen en werkwijze

• Bevoegdheid
De regionale toetsingscommissies zijn bevoegd om een melding van euthanasie of hulp bij zelfdoding van een arts te toetsen. De plaats van overlijden door euthanasie of hulp bij zelfdoding bepaalt welke commissie de melding toetst. De commissie is niet bevoegd als al op voorhand duidelijk is dat i.v.m. wilsonbekwaamheid van de patiënt geen vrijwillig en weloverwogen euthanasieverzoek kan worden gedaan, omdat een patiënt jonger is dan 12 jaar (waaronder pasgeborenen) of omdat een patiënt, ouder dan 12 jaar, nooit wilsbekwaam is geweest. Ook is de commissie niet bevoegd als er sprake is van normaal medisch handelen; dit laatste valt buiten de sfeer van het strafrecht.

• Meldend arts
De arts die euthanasie heeft uitgevoerd of hulp bij zelfdoding heeft verleend moet dit, omdat het een niet-natuurlijke dood betreft, melden bij de gemeentelijke lijkschouwer. Deze geeft de melding door aan de toetsingscommissie.

• Procedure
Als de commissie de melding van euthanasie of hulp bij zelfdoding van de arts via de lijkschouwer heeft ontvangen, registreert zij alle relevante gegevens en stelt de secretaris een conceptoordeel op. De secretaris verstuurt het conceptoordeel met alle bij de melding ontvangen stukken aan de commissieleden die deze tijdens de eerstvolgende vergadering van de commissie moeten beoordelen. De commissie vergadert minimaal één keer per maand. In de vergadering bespreekt de commissie iedere melding afzonderlijk. De commissie beslist of aanvullende schriftelijke of mondelinge informatie nodig is of stelt direct een definitief oordeel op. Nadat het eindoordeel is gegeven wordt het originele dossier nog 15 jaar bewaard.

• Toetsing
Het handelen van de arts staat bij de toetsing centraal. De commissie geeft na de toetsing van de melding van euthanasie of hulp bij zelfdoding het oordeel: de arts heeft wel of niet conform de wettelijke zorgvuldigheidseisen gehandeld. Als de commissie oordeelt dat de arts conform de zorgvuldigheidseisen heeft gehandeld is de zaak daarmee -de facto- afgedaan. Komt de commissie echter tot het oordeel dat de arts niet conform de zorgvuldigheidseisen heeft gehandeld dan wordt de zaak ter verdere afhandeling doorgestuurd naar het College van procureurs generaal en de Inspectie voor de Gezondheidszorg.

• Voorlichting en kwaliteitsverbetering
Op verzoek verlenen de commissies medewerking aan congressen, symposia en de opleiding voor consulent van Steun en Consultatie bij Euthanasie in Nederland (SCEN). Daarnaast kunnen de commissies een bijdrage leveren aan de publicatie van diverse artikelen in medische, ethische en juridische literatuur. Het jaarverslag geeft informatie over de werkzaamheden en oordeelsvorming van de commissies.