Jaarverslag
Jaarlijks brengen de commissies een verslag uit waarin zij verantwoording afleggen over hun werkzaamheden. In dit jaarverslag wordt inzichtelijk gemaakt op welke wijze de commissies het handelen van de arts beoordelen, die de euthanasie of hulp bij zelfdoding heeft gemeld.
Daarbij wordt –in algemene bewoordingen- uitgebreid ingegaan op de betekenis in de praktijk van de zorgvuldigheidseisen; deze worden alle afzonderlijk besproken, waarbij ook wordt ingegaan op specifieke situaties, zoals bijvoorbeeld dementie, de “houdbaarheidduur” van een onafhankelijke consultatie, de uitvoering van euthanasie en dergelijke. Aan de hand van voorbeelden (casus) wordt geïllustreerd hoe de commissie in dat geval tot haar oordeel kwam. Alle oordelen, waarin de commissie tot de conclusie kwam dat de arts niet conform de zorgvuldigheidseisen had gehandeld, worden in het jaarverslag opgenomen.
Naast cijfermatige informatie met betrekking tot meldingen van euthanasie en hulp bij zelfdoding wordt onder andere ook de werkwijze van de commissies, waaronder de harmonisatie van beoordeling van meldingen, beschreven. Daarnaast is in het jaarverslag de tekst van de relevante wetgeving opgenomen.
Overzicht meldingen
Overzicht van 1 januari 2010 tot en met 31 december 2010.
Meldingen
De commissies ontvingen in dit verslagjaar 3136 meldingen. Dit is een stijging van 19% ten opzichte van 2009.
Euthanasie en hulp bij zelfdoding
In 2910 gevallen was er sprake van euthanasie (d.w.z. actieve levensbeëindiging op verzoek van patiënt), in 182 gevallen van hulp bij zelfdoding en in 44 gevallen betrof het een combinatie van beide.
Artsen
De meldend arts was in 2819 gevallen een huisarts, in 193 gevallen een medisch specialist werkzaam in een ziekenhuis, in 115 gevallen een specialist ouderengeneeskunde en in 9 gevallen een arts in opleiding tot specialist.
Aandoeningen
De aard van de aandoeningen was als volgt in te delen:
| kanker | 2548 |
| hart- en vaataandoeningen | 158 |
| aandoeningen van het zenuwstelsel | 75 |
| overige aandoeningen | 237 |
| combinatie van aandoeningen | 118 |
Instellingen
De levensbeëindiging vond in 2499 gevallen thuis plaats, in 182 gevallen in een ziekenhuis, in 109 gevallen in een verpleeghuis, in 127 gevallen in een verzorgingshuis en in 219 gevallen elders (bijvoorbeeld in een hospice of bij familie).
Bevoegdheid en eindoordeel
De commissies achtten zich ten aanzien van alle meldingen bevoegd om te oordelen. In dit verslagjaar kwamen de commissies negen maal tot het oordeel dat de arts niet overeenkomstig de zorgvuldigheidseisen had gehandeld.
Duur beoordeling
De gemiddelde tijd tussen ontvangst van de melding en verzending van het oordeel van de commissies was 63 dagen.