Regionale toetsingscommissies euthanasie. Ga naar hoofdmenu.

9-10-2009

Beoordeling medisch zorgvuldige uitvoering

De toetsingscommissies worden in de praktijk geconfronteerd met middelen die niet als eerste keusmiddel in het KNMP-advies zijn opgenomen. Ook krijgen de commissies meldingen waarin de dosering van gebruikte euthanatica niet is opgenomen of niet overeenkomt met het advies.

Voor de methode, de middelen en de dosering wordt het advies van de Koninklijke Nederlandse Maatschappij voor Pharmacie (KNMP) gevolgd. Dit advies is opgenomen in de Standaard Euthanatica (2007).
In de Standaard Euthanatica wordt onderscheid gemaakt tussen middelen die eerste of tweede keus zijn en middelen die geen keus zijn.

Het uitgangspunt van de commissies bij de beoordeling is dat noodoplossingen (tweede keusmiddelen) toegestaan zijn, als de arts het gebruik ervan motiveert. Het gaat dan om middelen die als alternatief voor thiopentalnatrium gebruikt kunnen worden.
De commissies zullen vragen stellen wanneer:
-een arts gebruik maakt van noodoplossingen en dit niet of niet voldoende motiveert;
-een arts middelen gebruikt die worden afgeraden of niet als alternatief zijn genoemd;
-een arts geen dosering noemt of de dosering afwijkt van het KNMP-advies.

Deze werkwijze is gericht op het voortzetten van een uniforme en consistente beoordeling door de toetsingscommissies.



Hoofdmenu