Regionale toetsingscommissies euthanasie. Ga naar hoofdmenu.

29-9-2005

Na de procedure

De rechtsgevolgen van de beslissingen van de regionale toesingscommissies euthansie.

  1. Arts heeft voldaan aan de zorgvuldigheidseisen van art. 2 van de wet.
    Een positieve beslissing van de regionale toetsingscommissie euthanasie houdt in dat de arts bij het toepassen van de euthanasie of hulp bij zelfdoding zorgvuldig heeft gehandeld. Dit is een eindoordeel. De zaak is daarmee afgedaan. Volgens de wetgever betekent een positieve beslissing van de regionale toetsingscommissie euthanasie dat de strafuitsluitingsgrond van art. 293 lid 2 en art. 294 lid 2 van het Wetboek van Strafrecht in de betrokken zaak van toepassing is en de arts derhalve niet strafbaar is.
  2. Arts heeft niet voldaan aan de zorgvuldigheidseisen van art. 2 van de wet.
    Een negatieve beslissing van de regionale toetsingscommissie euthanasie houdt in dat de arts bij het toepassen van de euthanasie of hulp bij zelfdoding niet heeft gehandeld overeenkomstig de zorgvuldigheidseisen. De commissie brengt haar oordeel ter kennis van het College van procureurs-generaal en de betreffende inspecteur van de Inspectie voor de Gezondheidszorg. Deze instanties beoordelen elk naar eigen bevoegdheid en verantwoordelijkheid of verder strafrechtelijk of tuchtrechtelijk moet worden opgetreden tegen de arts.

Verwijzingen


Aanwijzing inzake levensbeƫindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding (OM)External
Externe link, 29-12-2005



Hoofdmenu

Procedures
Home > Procedures > Na de procedure